kunstenaar: Stanley Brouwn
locatie: Leidsche Rijn,
Een aantal kunstenaars wordt uitgenodigd te reageren op de verstedelijking in Leidsche Rijn. Dat kan door het bouwen van een huis of het organiseren van een actie. Dit gebeurt in het programmaonderdeel Kunstenaarshuizen.
Stanley Brouwn
Beyond- Leidsche Rijn: Kunstenaarshuizen
Foto: Bertus Mulder
Het Gebouw van Stanley Brouwn en Bertus Mulder.
'Het Gebouw' naar het idee van kunstenaar Stanley Brouwn is 4 september 2005 geopend in het kader van ‘Pursuit of Happiness’, een beeldende kunstmanifestatie van Beyond. Het Gebouw fungeert als tentoonstellingspaviljoen en staat in de buurt van de Paper Dome van architect Shigeru Ban in Leidsche Rijn Centrum. Daar blijft het tot 2009 staan, waarna het uiteindelijk doorverhuist naar een definitieve locatie. Met de realisatie van deze presentatieplek voor beeldende kunst wordt voor de tweede maal vooruitgelopen op de planontwikkeling van Leidsche Rijn Centrum.
Het Gebouw staat op de grens tussen kunst en architectuur. Stanley Brouwn heeft de kunst ontworpen en architect Bertus Mulder de architectuur. Bertus Mulder schreef de volgende tekst over het paviljoen:
'Beyond heeft in april 2004 Stanley Brouwn uitgenodigd een ideeschets in te dienen voor een huis of een gebouw in het programma Kunstenaarshuizen. Het huis of het gebouw moest bewoond of gebruikt kunnen worden.
Stanley Brouwn heeft de uitnodiging aangenomen en in de herfst van 2004 zijn idee voorgelegd in de vorm van een maquette van een gebouw en lijntekeningen met de maten.
De maquette bestaat uit twee gelijke langwerpige bouwblokken waarvan de ene op de grond en de andere daar dwars overheen ligt.
De bouwblokken zijn wit met uitzondering van twee vierkante grijze vlakken in elke zijkant die doorzichtig zijn gedacht. Op de lijntekeningen zijn de maten aangegeven in Stanley Brouwn’s eigen maatsysteem. De doorsnede van de bouwblokken was vierkant, 12 x 12 Stanley Brouwn voet. Één SB-voet is 26 cm. De lengte van de bouwblokken was zeven vierkanten van 12 SB-voet.
Stanley Brouwn was van mening dat het gebouw voor verschillende functies geschikt zou zijn, bij voorbeeld als object voor een kunstverzamelaar die daarin zijn verzameling zou kunnen onderbrengen. Het was toen nog de bedoeling dat Beyond een opdrachtgever zou zoeken die het gebouw zou laten bouwen en financieren.
Omdat Stanley Brouwn zijn idee niet zelf kon concretiseren heeft Beyond architect Bertus Mulder gevraagd of een dergelijk gebouw te realiseren is en hoeveel dit kost. Bertus Mulder stelde vast dat het gebouw in de vorm van een beklede staalconstructie geconstrueerd zou kunnen worden en leverde een raming van de kosten hiervan. De raming betrof de kosten van de constructie met de bekleding van de buitenkant omdat over het gebruik en de daarbij behorende binnenafwerking nog niets besloten was.
In de periode hierna besloot Beyond zelf als opdrachtgever op te treden en het gebouw te gaan gebruiken voor exposities waarvan de eerste in het kader van de festiviteiten rond het 10-jarig bestaan van Leidse Rijn begin september 2005 geopend zou moeten worden.
Beyond gaf hierop Bertus Mulder de opdracht de idee van Stanley Brouwn uit te werken tot een concreet bouwplan. Bertus Mulder heeft de opdracht aanvaard onder de voorwaarde dat hij in verband met de gecompliceerdheid van de opgave, de exactheid in de uitvoering die het concept vereist en de extreem korte voorbereidings- en bouwtijd zelf het bouwteam mocht samenstellen. Hij had daarbij in zijn achterhoofd de constructeur Pieters Bouwtechniek Utrecht die WVAU Architecten als creatieve constructeur had leren kennen en aannemer Jurriëns Bouwservice Amsterdam waarvan hij had ervaren dat deze de voor het werk geschikte mensen in huis heeft.
Allereerst moest een bouwlocatie worden gevonden. Stanley Brouwn had aangegeven dat het gebouw een plek van ca 40 x 40 m nodig had. Een dergelijk terrein was in Leidse Rijn wel aanwezig maar dat was bestemd om over vijf jaren bebouwd te worden. Er werd besloten het gebouw toch hier te bouwen maar zodanig te construeren dat het over vijf jaar ergens anders neergezet zou kunnen worden.
In verband met de functie en de verplaatsbaarheid van het gebouw waren een paar ingrepen nodig. Om tot een voor exposities bruikbare binnenmaat te komen was het nodig om het basisvierkant van de bouwblokken van 12 x 12 SB-voet te vergroten tot 15 x 15 SB-voet. Om tot een buitenhuid van de blokken te komen die demontabel is en in de detaillering de scherpte van het concept versterkt was het nodig deze onder te verdelen in elementen van 5 x 5 SB-voet. Dit is een belangrijke ingreep in de vorm omdat hierdoor het geheel wordt gevangen in een stramien dat alle delen bindt.
Daarna ging alles in sneltreinvaart verder. Het bouwteam werkte constructief en voortvarend. Cor Wijn de projectmanager namens Beyond zorgde er voor dat in de procedures voor het verstrekken van de nodige vergunningen door de gemeentelijke instanties de bouwdrift niet werd opgehouden.
Op 3 juni 2005 kon op de bouwplaats het glas worden geheven op het overeind staan van het staalskelet.
Het gecompliceerde technische organisme is opgelost in een geheel waaraan het dienstbaar is. Een geheel waarvan de zichtbare delen de ruimte bepalen die naar een uitspraak van Gerrit Thomas Rietveld de werkelijkheid is die architectuur scheppen kan.(1) De componenten van de architectonische ruimte; plek en richting, binnen, buiten en overgang, verblijfs- en bewegingsruimte zijn helder en duidelijk geconcretiseerd.
De ruimte van de plek die geheel wordt bepaald door het gebouw manifesteert zich als buitenruimte rond het gebouw en overgangsruimte onder het overstekende gedeelte van het gebouw.
De binnenruimte wordt op de begane grond ervaren als
bewegingsruimte in horizontale en verticale richting en op de verdieping als verblijfsruimte
Ruimte en ruimtebegrenzingen vormen een geheel dat meer is dan de som der delen. Het surplus maakt het verschil uit tussen bouwkunde en bouwkunst.
Het gebouw representeert niets anders dan zichzelf, omdat het om met de Zwitserse architect en beeldend kunstenaar Max Bill te spreken is “ontstaan uit eigen wetten en middelen die niet zijn afgeleid van verschijnselen buiten zichzelf???. (2) Wat in haar zichtbaar wordt berust op uitspraken over ruimte, structuur, textuur en kleur, licht en beweging.
Zij heeft haar verschijningsvorm niet opgelegd gekregen. Deze is gevonden in het ontwikkelingsproces.
Het gebouw is concrete architectuur die naar niets buiten haar eigen realiteit verwijst en waarin ervaarbaar is waar het in architectuur in principe om gaat. Architectuur die niets van doen heeft met sociale bewegingen, kunststromingen, mode, nostalgisch verlangen enz., maar wel met een hevig verlangen naar het wezen der dingen.
In zoverre speelt het gebouw een rol in het programma van Beyond dat er naar streeft dat haar projecten een relatie leggen met de architectuur, de landschapsarchitectuur en de stedenbouwkundige ontwikkeling van Leidse Rijn.
Noten
1 “Inzicht???, in: i10, 2 (1928), nr.17/18.pp.89-90; en in Brown, Rietveld, pp.160-161
2. Hans Frei, Konkrete Architektur, 1991 Verlag Lars Müller,
CH-5401 Baden, pp. 172
Stichting Kunst en Openbare Ruimte











