Verslag LOKO 2008 - samenvatting
'Visie of visioen: de rol en betekenis van kunstenaars bij gebiedsontwikkeling.'
Beeldend kunstenaar Arnoud Holleman heeft ten aanzien van ‘de rol van de kunstenaar bij gebiedsontwikkeling’ een heldere visie. Hij maakte tijdens een presentatie duidelijk hoe belangrijk de realitycheck voor zijn eigen praktijk in een opdrachtsituatie is. “Inventariseer waar je mee te maken hebt” en “onderschat de weerbarstigheid van de werkelijkheid bij ruimtelijke ordeningsprocessen niet”.
Verslag LOKO/08
Huis voor Cultuur & Bestuur Nijverdal
Foto: Gerlinde Schrijver
Holleman was gevraagd zijn visie te presenteren tijdens LOKO, een jaarlijks platform voor opdrachtgevers, bemiddelaars, beeldend kunstenaars en ontwerpers, waar kennis en ervaring wordt uitgewisseld. Te gast in het Huis van Cultuur en Bestuur in Nijverdal werd onder leiding van Henk Hengeveld van Landschap Overijssel gesproken overwat voor kunstenaars een rol in gebiedsontwikkelingsprocessen betekent. Ook kunstenaar en conceptmanager Hans Venhuizen en adviseur ruimtelijke planvorming Sjoerd Cusveller presenteerden hun standpunten.
Cusveller pleit voor een heldere opgave en een helder proces. Beide overigens de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. Een vooraf bepaalde rolverdeling hoort bij de heldere procesgang. Ook in de vroege planfase is het in Cusvellers ogen niet de bedoeling dat er bij wijze van experiment van stoel gewisseld wordt. “Een kunstenaar is geen ontwerper”, zo redeneert hij, “zij richten niet functioneel het fysieke landschap in maar geven het mentale landschap vorm.”
De kracht van conceptmanager en beeldend kunstenaar Hans Venhuizen ligt niet per se in de invulling van een opgave, maar in het bedenken ervan. De concepten en processen die hij ontwikkelt probeert Venhuizen om te zetten in een uitvoerbare opdracht. Daarom spreekt hij liever van een ‘culturele dimensie’ binnen een project. De rol van de kunstenaar bij gebiedsontwikkeling is volgens Venhuizen om optimaal te presteren binnen de sector waarvoor je werkt (“je bent wie je betaalt”), en niet gericht te zijn op een eindproduct.
In het Huis van Cultuur en Bestuur werd ook besproken hoe de opdrachtgever regie kan houden en kwaliteit kan bewaken. ‘Gastheer Overijssel’ toonde daarbij ambitie. Theo Rietkerk, gedeputeerde ruimte en milieu bij de provincie, is van mening dat er nog meer uit de vele ruimtevraagstukken in de provincie valt te halen dan tot nu toe gebeurt. Vooral op het gebied van kunst en cultuur. Daarom is de provincie in 2007 met een actieprogramma cultuur en ruimte gestart, dat bij grote ruimtelijke projecten zorgt voor een koppeling met kunst en cultuur.
Initiatief vormt de basis voor cultuur en voor kwaliteit. Maar hoe verhoudt de opdrachtgever en de regie die hij voert zich tot kwaliteit? Een panel van deskundigen wees op het gevaar van het compromis. Er is belang bij een regisseur die het nodige gewicht in de schaal legt om te voorkomen dat een plan slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd. Maar het is de vraag of die regisseur de opdrachtgever zelf moet zijn. Soms kan iemand met enige afstand beter een idee doordrukken (of de belangen van een idee vertegenwoordigen). Hans Venhuizen stelt het werken met niet-sectorale bemiddelaars voor, mensen die zelf verantwoordelijk zijn voor kunst of de gebouwde omgeving. Zij zouden een optimale uitvoering van de bedachte plannen kunnen waarborgen. Eindresultaten hoeven dan niet meer te lijden onder compromissen en ‘gepolder’.
Maar kwaliteit hangt ook samen met ambitie. En die ambitie moet in een opdrachtsituatie altijd in een context worden geplaatst. Hans Venhuizen had daarvoor de mooiste metafoor. Hij toonde een foto van een extreem winderig eiland, waar het een boompje was gelukt te groeien in de luwte van een kerkje. Daardoor had de boom de contouren van het bouwwerkje gekregen. Venhuizen: om kwaliteit af te dwingen zul je dus moeten analyseren hoe iets tot stand komt.
Een aantal discussieonderwerpen raakte aan het onderwerp autonomie. Zoals de dominantie van het thema identiteit. Kunst in gebiedsontwikkeling moet vaak gaan over identiteit. Panellid Tanja Karreman signaleert dat dit een recept is geworden. “Het landschap wordt in de markt gezet: dit wijst op een onbedoelde corporate identity van het landschap. Telkens gaat het om identiteit, kwaliteit en de mate van openbaarheid. Waar is de verhouding tot het autonome kunstwerk gebleven?”
Het woord autonomie viel ook als het ging om de positie van de kunstenaar. Zijn autonome positie staat in een opdrachtsituatie onder druk omdat hij met het proces van een opdrachtgever te maken heeft. Tegelijkertijd zal hij soms zijn autonome positie moeten kunnen opeisen.
De LOKO dag droeg bij aan nieuwe inzichten over kunst bij planvormingsprocessen. Deelnemers zagen dat er vele concepten mogelijk zijn. Hopelijk leidt dit tot inspiratie bij plannenmakers, bemiddelaars en de kunstenaars zelf.
Véronique Hoedemakers
Lezing Hans Venhuizen, Bureau Venhuizen
Foto: Gerlinde Schrijver
Lezing Arnoud Holleman
Foto: Gerlinde Schrijver
Panel: Jan Winsemius, Albert Van Der Weijde, Macha Roesink, Tanja Karreman
Foto: Gerlinde Schrijver
Workshop
Foto: Gerlinde Schrijver
Workshop
Foto: Gerlinde Schrijver
Lezing Sjoerd Cusveller
Foto: Gerlinde Schrijver
Stichting Kunst en Openbare Ruimte