Sinds een jaar of tien heeft SKOR in haar praktijk te maken met kunstwerken die, al dan niet door het gebruik van nieuwe media en techniek, doelbewust de interactie aangaan met hun beschouwers en gebruikers. Dat begon met name als iets wat kunstenaars inbrachten, ze wilden de nieuwe media die voor handen kwamen toepassen en op die manier werk maken dat op soms gevoelige of ‘kunst-onvriendelijke’ plekken mensen kon aanspreken. Later waren het de opdrachtgevers die aangaven graag een interactief kunstwerk te willen, bijvoorbeeld in de verwachting dat dat beter gewaardeerd zou worden door de gebruikers en het personeel van de organisatie, of vanuit de gedachte daarmee meer bij de tijd te zijn.
Onderzoek naar het functioneren van interactieve kunstwerken
Foto: Gert Jan van Rooij
Niet alle interactieve kunstwerken functioneren even goed, vaak om technische redenen maar bijvoorbeeld ook omdat gebruikers de interactie niet aangaan. Om er achter te komen waarom sommige werken wel en andere niet goed functioneren en hier voor de toekomst lering uit te trekken is het Lectoraat Kunst en Publieke Ruimte gevraagd een onderzoek te doen. In overleg is een selectie gemaakt van tien werken uit de portefeuille van SKOR en vier werken van andere organisaties. Er is gekeken naar zowel ‘oudere’ als meer recente werken, naar werken die gebruik maken van nieuwe media en naar werken waarbij de interactie ‘analoog’ is. Het Lectoraat heeft gesproken met opdrachtgevers, kunstenaars, adviseurs en gebruikers en hen gevraagd naar hun verwachtingen, motivaties en bevindingen.
Belangrijk voor zowel SKOR als het Lectoraat was de afbakening van het begrip ‘interactief’. Je zou kunnen zeggen dat in feite elk kunstwerk, ook schilderijen en sculpturen, een interactie aangaat met de beschouwer. Het gebruikt van nieuwe media en technologie speelt een rol bij wat we tegenwoordig onder interactieve kunst verstaan, maar er zijn ook voorbeelden waarbij de kunstenaar zelf de interactie teweeg brengt. Voor dit onderzoek is gekozen voor de volgende omschrijving: werken die geheel of gedeeltelijk hun bestaansrecht ontlenen aan een handeling van de toeschouwer. Werken die automatisch ‘aan gaan’ wanneer de toeschouwer langsloopt of werken waarbij de kunstenaar zelf aanwezig moet zijn, zijn buiten beschouwing gelaten.
De conclusies van het onderzoek gaan in op de volgende aspecten:
- onderhoud en commitment
- verwachtingen vooraf
- nieuwe media en techniek
- de rol van SKOR
- de levensverwachting en technisch onderhoud
- de intrinsieke waarde van het kunstwerk
- kunstwerken van SKOR en kunstwerken van andere organisaties
- oudere interactieve werken versus nieuwere interactieve werken
- de relatie tussen budget en functioneren
Verder bevat het onderzoek, zowel in de aanbevelingen als in het verslag van de gesprekken, voor alle partijen uitspraken om ter harte te nemen. SKOR moet als begeleidende instantie beducht zijn op moeilijk in te lossen verwachtingen en werkelijk commitment bij de andere partijen, en extra aandacht inruimen voor het natraject. Opdrachtgevers moeten beseffen dat interactieve werken veel en blijvende aandacht nodig hebben en geen interne problemen kunnen oplossen (bijvoorbeeld organisatorisch of architectonisch). Kunstenaars moeten zelf ervaring hebben met nieuwe media en technologie. Belangrijk is ook de conclusie dat alle betrokkenen er niet te makkelijk van uit moeten gaan dat hun kunstwerk voor langere tijd interactie ‘op kan wekken’. Kans van slagen heeft vooral een interactief kunstwerk dat zich mengt in een reeds bestaande dynamiek tussen de gebruikers van de betreffende locatie.
Lees hier het rapport: Onderzoek naar het functioneren van interactieve kunstwerken in de semi-publieke ruimte. (pdf bestand)
Stichting Kunst en Openbare Ruimte