auteur: Grosfeld
Op vier psychogeriatrische afdelingen van dit verzorgings- en verpleegtehuis heeft Hans van Bentem vier grote landschappen gemaakt.
Met veelkleurige materialen in verschillende traditionele technieken worden de lente, de zomer, de herfst en de winter voorgesteld.
De lente is uitgebeeld in mozaïek, de zomer bestaat uit een spiegel met keramiek, de herfst is een wandkleed met textielapplicatie, terwijl de winter door gebrandschilderd glas-in-lood in een lichtbak is verbeeld. In het centrum voor dagbehandeling ontwierp Hans van Bentem een sculptuur van gestapelde objecten, die herkenbare huiselijke zaken zoals een koffer, een poes, een aquarium en een knot wol voorstellen.
Het werk combineert een aantal populaire conventies in een feestelijke vormgeving om herkenbaar en aantrekkelijk te kunnen zijn, in de eerste plaats voor de bewoners zelf. Dat de vormgeving voor sommigen kinderachtig aan zou kunnen doen, wordt niet als een bezwaar beschouwd. In zijn vrije werk hanteert Hans van Bentem net zo’n populair vrolijke vormgeving, die in een kunstgalerie een ironische bijbetekenis heeft. De ironie ervan is aan demente bejaarden waarschijnlijk niet besteed en blijft voorbehouden aan personeel en bezoekers.
Govert Grosfeld
Hans van Bentem
Volgens Rita Post, p.r. medewerker van het Eduard Douwes Dekkerhuis, geldt dat ‘de bewoners niet anders op de kunstwerken reageren dan op de rest van het meubilair, het maakt gewoon deel uit van de entourage’.
Afgaande op de observaties van het personeel kan worden geconcludeerd dat de spiegel en het glas-in-loodraam het meeste succes hebben. Zo bleek er volgens een personeelslid van de betreffende afdeling een bewoner te zijn -hij is nu dood- die steeds voor het glas-in-loodraam ging zitten en er helemaal in verdiept raakte. De gouden krullenlijst van de spiegel viel de bewoners wel op.
Eén bewoner vond dat die in Yab Yum thuishoorde. De spiegel zelf en het spiegelbeeld doet de bewoners zelf echter niks. Ze kijken er volgens de geïnterviewde niet naar.
Deze observatie is overigens in tegenspraak met het gedrag van de gebruikers bij een project van Marrie Bot, elders besproken in dit nummer, waar bewoners hele gesprekken voeren met het spiegelbeeld en waarin ze waarschijnlijk zichzelf niet herkennen. Het glas-in-loodraam functioneert vooral als oriëntatiepunt. Het personeel kan een bewoner zeggen om daar naar toe te gaan: ‘ga maar naar het licht!’.
Het gegeven van de vier seizoenen is niet van belang voor de bewoners van de psychogeriatrische afdelingen, omdat zij niet op andere afdelingen komen en dus maar één van de seizoenenkunstwerken kunnen meemaken. Voor hen had de kunstenaar één en hetzelfde ding net zo goed op iedere afdeling kunnen herhalen. Gezien de voorkeur voor glans en licht zouden de spiegellijsten of de glas-in-loodramen de beste keuze zijn geweest. Maar dat was voor staf, personeel, kunstenaar en de bemiddelaar niet acceptabel. Immers, staf en personeel ervaren de wisselingen der seizoen wel en voor de kunstenaar en SKOR als begeleidende en bemiddelende instantie zou
in artistieke opzicht de beperking tot één seizoen wel erg mager zijn. Nu er toch vier verschillende seizoenen hangen zou het beter zijn ze te laten rouleren. De attentie voor de kunstwerken zal er door toenemen. En misschien krijgen sommige bewoners ook de samenhang in de gaten en wordt de serie dan de som der delen.
Stichting Kunst en Openbare Ruimte














