auteur: Melis
Voor het welslagen van kunstwerken in opdrachtsituaties is een goed opdrachtgeverschap essentieel. Een opdrachtgever moet vertrouwen hebben in een kunstenaar en een adviserende instelling. Daar is moed voor nodig. Het werk kan binnen een organisatie pas een betekenisvolle plek verwerven, als de opdrachtgever zich er verantwoordelijk voor voelt. Aan moed heeft het de gemeente Dantumadeel niet ontbroken, het beheer van het kunstwerk ‘Verzameling verzamelingen’ van Arnoud Holleman vereist echter nog extra aandacht, zoals blijkt uit de recente ‘afzuigkapaffaire’.
Liesbeth Melis
De onmisbare rol van de opdrachtgever
De gemeente Dantumadeel is van oudsher samengesteld uit een tiental gemeentelijke kernen. Sinds 1971 was het landhuis Rinsma-State in gebruik als gemeentehuis. Begin jaren negentig werd de behoefte aan een nieuw gebouw, dat beter aansloot bij het typische karakter van Dantumadeel, steeds groter. Rinsma-state was slecht bereikbaar en veel te klein, met als gevolg dat de gemeentelijke diensten verspreid over de gemeente lagen. Ook straalde het een haast feodale sfeer uit, die niet meer paste bij een eigentijdse manier van besturen. Door het gemeentehuis als een zogenaamd ‘burgerwarenhuis’ te interpreteren, kon beter worden aangesloten op het functioneren van een gemeentehuis in deze tijd. Kenmerkend hiervoor is dat niet vanuit een bestuurlijke hiërarchie is gedacht, maar vanuit de manier waarop een burger gebruik maakt van de diverse diensten die een gemeente biedt. Het ontwerp van Daan Josee van het architectenbureau Kristinsson uit Deventer heeft dan ook een open structuur, waarbij de functies volgens een helder concept zijn georganiseerd. De kern wordt gevormd door een hoge langgerekte hal, die toegang verschaft tot de afzonderlijke gemeentelijke diensten. Dankzij deze open structuur kon bijvoorbeeld de bibliotheek –nadat in een laat stadium integratie met het gemeentehuis werd gevraagd– op eenvoudige wijze in het ontwerp worden opgenomen. In het nieuwe gemeentehuis konden voor het eerst alle gemeentelijke diensten in één gebouw ondergebracht worden. Hiermee was in praktisch opzicht een duidelijk identificatiepunt voor de burger ontstaan. Op cultureel niveau was dit echter nog niet het geval, terwijl deze behoefte wel degelijk bestond. Zo schreef secretaris Coerts in het ter gelegenheid van de oplevering van het nieuwe gemeentehuis uitgebrachte boekje …in het hart van de gemeente dat “meer saamhorigheidsgevoel voordelig is voor de burger???.
De gemeente
Karakteristiek voor de gemeente Dantumadeel is dat de bevolkingssamenstelling extreem verschilt per deelgemeente. Er bestaat een bloeiend verenigingsleven, waar de afzonderlijke dorpsbelangen worden vertegenwoordigd. Elke kern heeft zijn eigen culturele en politieke kenmerken. Wethouder Berkhof omschreef in een brief van
1 maart 1999 aan het toenmalig Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten (nu SKOR) de gemeente alsvolgt: “Dantumadeel is een gemeente met een boeiende bevolking. (…) Damwoude bestaat voor een groot gedeelte uit inwoners uit de middenklasse (ambtenaren, docenten, middenstanders) en is nogal CDA-gekleurd. Zwaagwesteinde bestaat voor een groot gedeelte uit middenstanders, werknemers, die in Leeuwarden werken en veel bouwvakkers. Zwaagwesteinde is van origine een echt koopmansdorp. De PvdA heeft hier de grootste aanhang. Veenwouden bestaat voor een groot gedeelte uit hoger opgeleide personen, die buiten Veenwouden (vaak Leeuwarden) werken. Hoewel de VVD (nog) maar 1 zetel in de gemeenteraad heeft, wonen de meeste VVD-stemmers in Veenwouden.??? Hij vervolgde zijn brief met de opmerking “Nu we voor de vraag staan hoe we in het nieuwe gemeenthuis met de kunst om moeten gaan, denk ik dat het thema Dantumadeel op zich al uitdagend genoeg is om als kunstenaar daarmee aan de slag te gaan.??? Van het begin af aan was dus bij de gemeente duidelijk dat het te realiseren kunstwerk niet moest reageren op de fysieke context van het nieuwe gebouw, maar op de politiek-sociale en culturele context van de gemeente Dantumadeel.
De kunstenaar
Toen het PBK (nu SKOR) Arnoud Holleman als kunstenaar voorstelde, was men bij de gemeente misschien niet meteen laaiend enthousiast, maar zeker wel geprikkeld en bereid tot verdere gesprekken. Gesteund door de kunstcommissie werd Arnoud Holleman in de gelegenheid gesteld enkele maanden in de zomer van 1999 in de gemeente te verblijven. Door veel rond te fietsen, te praten met bewoners, dorpsfeesten bij te wonen, ontstond bij hem een beeld van Dantumadeel dat gekenmerkt wordt door culturele diversiteit. In het toenmalige Gemeentehuis ontdekte Holleman allerlei historische en culturele objecten, die werden beheerd door de Van Sytzama stichting. Het pluriforme karakter van de verschillende dorpen en gehuchten en de ontdekking van de aanwezigheid van een zeer divers cultureel erfgoed, bracht hem op het begrip verzamelen. “Aan de verzameling als begrip ligt een ordenend principe ten grondslag, dat de gemeente kan helpen haar culturele identiteit zichtbaar te maken???, schreef hij in zijn projectvoorstel. Door middel van het begrip verzamelen kan “een noemer worden gevonden, waar alle losse gegevens in onder te brengen zijn zonder de pluriformiteit geweld aan te doen.???
Zo ontstond ‘Verzameling verzamelingen’, zoals het kunstwerk heet. Negentien collecties werden bijeengebracht en in het nieuwe gemeentehuis verspreid door het gebouw opgesteld en opgehangen. Naast de vaste collecties, die elk uit een vast omschreven aantal objecten bestaan, zijn er ook enkele verzamelingen die nog uitgebreid kunnen worden. De verzameling burgemeesters-portretten is hier een van. Op de wand waar de portretten hangen, zijn nog enkele lege plekken gereserveerd voor toekomstige portretten. Ook is er een vitrine in de hal geplaatst waar geïnteresseerden hun privé-verzameling gedurende een beperkte periode kunnen tonen. Hiertoe worden regelmatig oproepen gedaan in de plaatselijke krant.
Behalve een materieel kunstwerk is ‘Verzameling verzamelingen’ een belangrijk instrument om een cultuuromslag te bewerkstelligen, waarin de gemeente Dantumadeel zich volgens Arnoud Holleman in al zijn culturele pluriformiteit zichtbaarder kan maken.
De gemeente reageerde direct enthousiast. Volgens wethouder Berkhof ligt er een begrijpelijke filosofie aan ten grondslag, die goed valt uit te leggen. “Iedereen herkent wel iets uit de geschiedenis van zijn eigen dorp en de betrokkenheid wordt vergroot door de mogelijkheid van deelname aan het project met een privé-verzameling.???
Het beheer
Voorwaarde om deze culturele identiteit levend te houden, is echter dat het project na oplevering goed beheerd en onderhouden wordt. In zijn voorstel pleit Arnoud Holleman dan ook voor het aanstellen van een beheerder. Een logboek, waarin de afzonderlijke stukken zijn beschreven en waarin de plaatsing in details is vastgelegd, is dan ook een essentieel onderdeel van het kunstproject. Mede door toedoen van allerlei reorganisaties binnen de gemeente is er tot op heden geen geld vrij gemaakt om een conservator aan te kunnen stellen. Nu, bijna een jaar na oplevering begint zich dit te wreken. Toen bijvoorbeeld in de kantine een afzuigkap moest worden geïnstalleerd, bleek deze dermate groot dat de presentatie van de koninginneportretten geweld werd aangedaan. Doordat de besluitvorming niet op elkaar aansloot werd het euvel pas halverwege de installatie ontdekt. Door ingrijpen van de bode en de kunstcommissie is de verbouwing nu stopgezet en wordt in overleg met de kunstenaar naar een oplossing gezocht.
Dergelijke problemen zullen zich ongetwijfeld vaker voor gaan doen. Een gemeentehuis is geen museum en aanpassingen aan een veranderd gebruik zullen altijd noodzakelijk blijven. De museale presentatie van de verzamelingen in een niet als museum functionerend gebouw vereist een geformaliseerde nazorg, waaraan het trouwens bij de meeste opgeleverde kunstwerken in opdrachtsituaties ontbreekt. Zoiets kan niet worden overgelaten aan enkele betrokken individuen. Nu de reorganisatie achter de rug is spant wethouder Berkhof zich opnieuw in om iemand aan te stellen zodat in de woorden van Arnoud Holleman “een doorstart kan worden gemaakt van een materiële naar een immateriële variant van ‘verzameling verzamelingen’???. Alleen dan kan de verzameling van culturele identiteiten met behoud van pluriformiteit levend worden gehouden. Zonder de hulp, de steun en de betrokkenheid van de wethouder en de kunstcommissie was dit werk niet alleen nooit tot stand gekomen, evenmin was er een werk ontstaan dat ook na de oplevering de mogelijkheid biedt nieuwe processen te genereren. Die mogelijkheid moet dan wel benut worden. Daarvoor is naast een betrokken opdrachtgever een toegewijde beheerder absoluut noodzakelijk. De ‘afzuigkapaffaire’ is daarmee een interessante testcase geworden voor de cultuuromslag binnen de gemeente.
Stichting Kunst en Openbare Ruimte
