Case Study Krabbeplas
01.12.2005
Recreatieplas Krabbeplas, Recreatieschap Midden Delfland
kunstenaar:
Geluk
,
Dröge Wendel
,
Didden
,
Piet de Jonge
,
Kinoshita
,
Horvers
,
Paul Combrink
,
Hoekstra
,
Jansen van Galen
,
Wesemael
,
Grosfeld
,
Hezewijk
,
Lonsdale
,
Buro MA.AN
,
Herman
,
Venhuizen
opdrachtgever:
Gemeente Vlaardingen
Het kunstproject Krabbeplas is bedoeld als een speurtocht naar nieuwe functies en kwaliteiten in een reeds bestaand recreatielandschap.
De centrale onderzoeksvraag van Case Study Krabbeplas (CSK) is het huidige functioneren van De Krabbeplas en zijn betekenis als recreatiegebied. Het onderzoek is ingezet als studie naar programma, ontwerp en betekenis van hedendaagse vrijetijdslandschappen in het algemeen en De Krabbeplas in het bijzonder. Er is gekozen voor een integrale opzet waarbij naast kunstenaars ook schrijvers, landschapsarchitecten en wetenschappers een rol spelen.
Yvonne Dröge Wendel (filmstill)
Recreatie zonder commercieel gestuurde pret
Mensen gaan al eeuwen voor hun plezier naar buiten en het landschap is altijd al een product geweest van menselijk ingrijpen. Denk bijvoorbeeld aan polders zoals de Beemster, die al eeuwen geleden werden aangelegd. Maar er is een verschil: in tegenstelling tot toen is het landschap nú een verhandelbaar goed geworden. Zoals Tracy Metz in haar boek Pret! uiteenzet is het landschap een commodity geworden. Een product dat aan de man gebracht moet worden. Stedelingen zoeken op het platteland hun vertier en hun roots. Het platteland is voor een groot deel van de bevolking 'een emotie'. De groene ruimte zal, net als ieder ander product, aan productvernieuwing moeten doen.
Een voorbeeld van zo'n gewenste 'productvernieuwing' is te vinden in het recreatiegebied 'De Krabbeplas', aangelegd in de jaren zeventig. Het ligt binnen de gemeente Vlaardingen en maakt deel uit van het Recreatieschap Midden Delfland; een uitgestrekt nieuw recreatielandschap tussen Delft, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis en het Westland. De Krabbeplas is destijds ontworpen vanuit een veronderstelde behoefte aan stilte en ruimte, maar dit concept van recreatie wordt inmiddels als versleten beschouwd. Veranderde behoeftes en belangen spelen hierbij een rol, zoals de eerder genoemde vercommercialiseerde behoefte aan 'pret' die in Nederland in opkomst is.
Doel
Het doel van Case Study Krabbeplas is om nieuwe gebruiksvormen te creëren, die op termijn kunnen leiden tot een fysieke landschappelijke aanpassing of transformatie van het landschap.
Om dit doel te bereiken is het plan ontwikkeld om een aantal pilots uit te laten voeren.
Pilot 1
Buro MA.AN en Martine Herman zijn gevraagd om als eerste invulling te geven aan een culturele regie ten aanzien van de Krabbeplas en een samenwerking met het publiek te zoeken. Hun voorstel 'De Grote Beheershow' is op 1 december 2005 gepresenteerd.
De Grote Beheershow is niet ingegaan op ander gebruik van het gebied, wel laat het een 'andere blik' op het terrein zien. De Grote Beheershow heeft het terrein beheersmatig voor het voetlicht gebracht; belangrijke kennis over het reguliere beheer rondom de Krabbeplas transformeerden ze tot een culturele activiteit.
Doordat de kunstenaars in 2005 zich geconcentreerd hebben op dat-wat-er-al-is, is het interessant als de volgende pilot het bestaande niet uitlicht maar ter discussie stelt door alternatieven te bieden, overeenkomstig de oorspronkelijke doelstellingen.
Een karakteristiek van deze case study is dat het voortdurend reageert op de uitkomsten van het voorgaande, dat geldt ook binnen de pilotserie.
Pilot 2: opdracht aan bureau Hans Venhuizen.
In 2007 zal nieuw gebruik centraal moeten staan. Nieuw gebruik door nieuwe doelgroepen.
Van Venhuizen wordt in eerste instantie verwacht dat hij een conceptueel kader ontwikkelt dat ingaat op de vraag op welke wijze de kavels in het gebied opnieuw betekenis kunnen krijgen door ze tijdelijk ter beschikking te stellen aan (Vlaardingse) instellingen en/of bewoners. De vraag hoe dit gebied opnieuw kan worden herladen is in dit geval bijzonder, omdat het hier in de meest letterlijke zin over ‘ruimte’ gaat. Op de kavels bevindt zich namelijk geen enkel fysiek gebouw of andere vorm van opstal.
Het startsignaal voor nieuw gebruik van de Krabbeplas door bewoners vond plaats op 18 november 2006 met de lancering van de Claim-campagne tijdens de Blauwalgdag, georganiseerd door Bureau Venhuizen.
In de zomer van 2007, op 22, 23 en 24 juni, werden de resultaten van Claim Krabbeplas, twee voorstellen van bewoners en vier projecten van ontwerpers, aan het publiek gepresenteerd door de verschillende betrokkenen. Gedurende deze drie dagen vonden debatten en workshops plaats rond de verschillende projecten.
Tijdens de Oogstdag op 29 september presenteert Hans Venhuizen zijn conclusies en aanbevelingen voor de mogelijke inrichting van een nieuwe Krabbeplas. Een deskundige jury zal die dag commentaar geven en zijn ideeën toetsen gedurende een debat.
Wat vooraf ging...
In de zomer van 2002 vond een zogenaamde 'filosofische expeditie' plaats (fase 1). Een zevental deskundigen - Mohammed Benzakour, Yvonne Dröge Wendel, Jan Dirk Hoekstra, Toine Horvers, John Jansen van Galen, Suchan Kinoshita en Maarten van Wesemael - hebben het gebied persoonlijk verkend en hun visies op het gebied op te tekenen.
Klik hier voor de brief van Mohammed Benzakour.

In februari 2003 vond een tweedaagse workshop plaats (fase 2). Drie teams, bestaande uit planologen, landschapsarchitecten en kunstenaars - Paul Combrink, Yvonne Dröge Wendel, Cor Geluk, Govert Grosfeld, Joost van Hezewijk, Jan Dirk Hoekstra, Piet de Jonge en John Lonsdale - kregen de opdracht om aan de hand van de expeditieverslagen de mogelijkheden van het huidige programma van De Krabbeplas verder te onderzoeken als ook eventuele alternatieven te ontwikkelen.
In twee van de uit de workshop voortgekomen voorstellen staat het ontwikkelen van nieuwe gebruiksvormen van het landschap centraal. Beide groepen hebben zich gebogen over deregulering en dynamisering van gebruik en beheer van het gebied. In beide voorstellen worden kavels uitgegeven voor kortere of langere tijd, die worden ingevuld door de partijen die ze (tijdelijk) hebben verworven. De nieuwe beheerders en ideële ontwikkelaars zijn van verschillende aard. Te denken valt bijvoorbeeld aan groepen die nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding entameren, educatieve groepen, culturele ondernemers of maatschappelijke groeperingen.

In de derde workshop, waaraan onder meer stedebouwkundige Cor Geluk deelnam, is een voorstel ontwikkeld waarbij de Krabbeplas moet dienen om de herstructurering van de Westwijk een nieuwe impuls te geven. Zij bepleiten in het voorstel een verweving van wonen, groen en water. Het voorstel van Cor Geluk werd eind 2003 gepresenteerd aan diegenen die verantwoordelijk zijn voor de herstructurering van de Westwijk. Er kan worden gezocht naar een plek voor het voorstel in de totale aanpak van die wijk.
Fase 3 van het project bestaat uit een uitwerking van de bevindingen van de drie workshops door Esther Didden in overleg met de adviesraad (Bert van Meggelen, Govert Grosfeld, Dees Linders). Uit de resultaten van de workshops blijkt de noodzaak van een visie in de culturele regie. Twee vragen, die resp. betrekking hebben op de participanten en op de bezoekers, vormen de kern:
1. Hoe kunnen mensen worden verleid plannen en activiteiten te ontwikkelen voor een kavel?
2. Hoe kunnen mensen worden verleid om het gebied De Krabbeplas in te trekken, op zoek naar nieuwe activiteiten?
Stichting Kunst en Openbare Ruimte













