auteur: Ineke Schwartz
Ineke Schwartz
Informeel gebruik van stad en landschap
Toen beeldend kunstenaar Krijn Giezen twintig jaar geleden een pleidooi hield voor het informeel gebruik van het landschap, vond hij geen gehoor. Zijn boekje Midden Delfland, dat mede op initiatief van het voormalige Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten tot stand kwam, verdween in een la. Dit beeldverhaal heeft echter nog niets aan overtuigingskracht ingeboet. Giezen liet zien hoeveel kan in het landschap als niet alles is voorgeprogrammeerd, en hoeveel minder beslag dat op het landschap legt. Mensen, zo tonen zijn foto’s, zijn inventief genoeg: een dukdalf wordt gebruikt als vissteiger, een omgekeerde boot als schuilhut, een oude stoel en een stuk hout volstaan als springschans. Met als voordeel dat ze morgen weer voor iets anders dienst kunnen doen, in tegenstelling tot het leger banken, hekken, paden en borden dat een eenduidig gebruik van het landschap afdwingt.
Misschien dat het nu anders zou lopen met een dergelijk plan. De laatste jaren is er steeds meer kritiek op ons qua regelgeving en betutteling volkomen dolgedraaide systeem. De fotoserie ‘Nederland Regelland’, die ontwerpbureau Schie 2.0 een paar jaar geleden maakte, en die op een serieuze en tegelijk hilarische manier blootlegde hoe stad en landschap zijn doordrongen van een overmaat aan ordening en regels, verdween in ieder geval niet in een la maar werd op vele plaatsen in het land tentoongesteld. Maar al te duidelijk werd dat het idee van een maakbare samenleving in theorie weliswaar allang verlaten heet te zijn, maar in de praktijk nog volop aan de orde is.
Intussen is in diezelfde praktijk de vrijbuitersmentaliteit volop in opkomst. De overmaat aan regulering botst immers met de drang naar individuele vrijheid die in onze zelfde samenleving geldt als hoogste goed. Het bewust negeren – en dus overtreden – van regels is aan de orde van de dag. En dan niet om controversieel, maatschappijkritisch of anderszins ‘anti’ te zijn, zoals de tegenbewegingen van de afgelopen decennia, maar gewoon omdat het zo beter uitkomt of men een andere mening is toegedaan. Kijk maar naar de opstelling van SE Fireworks in Enschede en het Volendamse café ‘t Hemeltje, naar te hard rijden, illegale vuilstort, of zelfs de moord op Pim Fortuyn. De aloude krakersleus ‘Uw rechtsorde is de onze niet’ is niet langer voorbehouden aan alternatievelingen. Over de informele rechtsorde loopt nu een serieus debat. Voor andere vormen van informele organisatie neemt de belangstelling toe.
Ook veel ontwerpers, architecten en kunstenaars voelen zich aangetrokken tot informeel gedrag. Logisch, want zij lopen misschien nog wel het vaakst van iedereen vast in de doolhof van regels en geboden. Veel voorstellen en ontwerpen van de afgelopen jaren gaan in op informele systemen. Projecten als AVL-Ville van Atelier van Lieshout of het Autarkisch Huis van Schie 2.0 zijn het bekendst, maar er zijn vele andere voorbeelden. De traditie van de Engelse landschapstuin om paden niet op de tekentafel te plannen maar te laten ontstaan in het gebruik, blijkt ineens weer inspirerend. Het boek The Creative City van de Brit Charles Landry, vol voorbeelden van creatieve praktijkoplossingen voor stadse problemen, dient regelmatig als referentie. En termen als ‘zelfregulerende systemen’ en ‘zwermintelligentie’ (een begrip uit de biologie dat aangeeft dat bij groepen de output van het totaal meer kan zijn dan de som der delen), veelgebruikt in het kader van de Nieuwe Economie, duiken in dit verband weer op.
Homo Ludens
Drie recente, mede door de SKOR geïnitieerde, kunstprojecten gaan in op het informeel gebruik van stad en landschap. In het kader van het project Atelier HSL, dat jaarlijks een opdracht rond een bepaald thema aan drie fotografen verstrekt, maakte Bas Princen een serie foto’s, waarin hij zich concentreert op het traject-in-aanleg van de Hoge Snelheidslijn. Boris Sievert organiseerde in het kader van het project ‘De Fenomenale Weg’ een excursie in en rond Rotterdam om de potenties voor informeel gebruik van stad en landschap aan den lijve te ervaren. En schrijver Mohammed Benzakour kreeg, net als Krijn Giezen in 1983, het verzoek om in het kader van het project ‘Case Study Krabbeplas’ een ‘observatieverslag’ te maken van een recreatiegebied dat op de schop moet.
Uit al hun projecten, hoe verschillend ook, spreekt eenzelfde bewustzijn van de Homo Ludens, die direct reageert als hij aangesproken wordt en die zich beperkt voelt door een overmaat aan regels. Bas Princen laat net als Krijn Giezen zien dat de kansen die het tijdelijke bouwlandschap biedt, onmiddellijk worden gezien en benut. Een bulk water, zand of grond heeft weinig vorm, dus alles kan nog: bevroren water wordt een ijshockeybaan, steenslag een illegaal race-circuit, een zandvlakte materiaal dat gratis voor het opscheppen ligt. Op Princens foto’s is vaak niet meer te zien dan de sporen van gebruik, die laten raden wat er gedaan is en door wie, en die het landschap aan de volgende gebruiker laten.
Boris Sievert’s Büro für Städtereisen organiseert sinds 1997 regelmatig reizen naar de ongeziene plekjes van ons stadlandschap. Na een dag vol tuinhuisjes met uitzicht op de snelweg, natuur in het kielzog van verkeerspleinen, een wandeling over een verlaten snelwegtrace en een lunch op een opblaasbaar ponton waren de deelnemers aan zijn Randstad-excursie verbijsterd. Zoveel bijzondere, onverwachte plekken en uitzichten hadden zij in hartje Randstad niet verwacht. Zelfs overbekend gewaande plekken bieden nog volop mogelijkheden.
Mohammed Benzakour tenslotte kon, als schrijvend burger en allochtoon, over een aantal zaken kort zijn. Een goed natuurgebied is kunstloos volgens Benzakour, en de Marokkaan die zich maaltijdloos in het groen werpt, bestaat niet. Hef dus de brandveiligheidsregels onmiddellijk op. Zorg liever dat er plekken zijn waar je ongezien bent en waar je flirten of flaneren, eten of drinken kunt. Want daar hebben mensen behoefte aan: “minder transparantie en meer ondoorzichtigheid, de rest komt dan vanzelf. De hedendaagse burger heeft een beetje genoeg van al die van bovenaf opgelegde, standaardiserende en onder daglichtlampen bedachte blauwdrukken�.
Gelijk heeft hij, net als Giezen twintig jaar geleden. Maar of het gaat lukken om nu wel iets met die aanbevelingen te doen? De belangstelling voor informeel gebruik mag dan toenemen, ook bij de overheid, tegelijkertijd is de roep naar ‘veiligheid’ en orde ongeëvenaard. En die twee gaan nu eenmaal moeilijk samen, zeker op een tekentafel. Daarbij heeft de belangstelling van beleidsmakers ook zijn gevaarlijke kanten. Voor je het weet is ook informeel gedrag geïnstitutionaliseerd, en daarmee professioneel de nek omgedraaid. Nederland is sterk in dergelijke paradoxen. Benzakour geeft het zelf al aan met een citaat van Albert Heyn: “Als je ergens begint te regelen, kun je niet meer ophouden.�
foto Bas Princen i.o.v. Ateliers HSL
Stichting Kunst en Openbare Ruimte













