In zijn roman ''The Third Policeman'' beschrijft de Ierse schrijver Flann O’ Brien de verrichtingen van een onderzoeker genaamd De Selby, wiens wetenschappelijke theorieën en experimenten een hoog absurdistisch gehalte hebben. Zo vindt hij het onnodig om zich fysiek te verplaatsen, zolang alle ingrediënten van de reis maar aanwezig zijn: bandopnamen van de geluiden van een havenstad, de geur van teer, vis en zeewater, foto’s van aangemeerde schepen, de werkliederen van vissers, het gekrijs van meeuwen… ingrediënten die tezamen een optelsom van de reisbestemming vormen.
Erik Weeda
Geurmoleculen worden opgenomen door de sensoren van de neus, beelden worden door de ogen geregistreerd, geluiden worden opgevangen door het trommelvlies, smaakstoffen glijden langs papillen, de zenuwtoppen vlak onder de huid scannen tactiele gewaarwordingen. En dan treedt de database van de hersenen in werking: data worden bewerkt en opgeslagen in een oneindig gecompliceerde catalogus. Het Hier en Nu verstrengelt zich als een bundel lianen met de jungle van het geheugen.
Tijdens mijn eerste bezoek aan verpleeghuis De Voord in Elburg zocht een in zwarte klederdracht getooide oude vrouw tussen de plooien van een gordijn naar de uitgang. Zij snikte zacht, en leek bevangen door diep verdriet. Ik stond stil om te kijken, terwijl de anderen zich begaven naar het kantoor van de directeur. Het gordijn had veel plooien, en langzaam schuifelend bewoog ze zich tastend langs die plooien, totdat ze het einde van het gordijn bereikte. Ze draaide zich om en ik zag de tranen in haar gezicht. Haar ogen waren naar binnen gekeerd.
Voor dergelijke ouderen heeft Erik Weeda zijn sensorische café ingericht; het innerlijke leven van deze mensen, dat grotendeels wordt gedomineerd door het Hier en Nu van de herinnering, van de brokstukken van een vooroorlogs Elburg waarin zij als kind speelden, trouwden en hun ouders naar hun laatste rustplaats brachten.
Het Toen wordt vermengd met het Nu, en het getuigt van grote compassie dat Weeda zich actief heeft willen verhouden tot de belevingswereld van de bewoners van het verpleeghuis.
Naast een platenspeler liggen grammofoonplaten met muziek afkomstig van de Veluwe, een klassieke schommelstoel staat in het midden van een van de ruimtes die met behulp van gordijnen kunnen worden afgesloten, aan het metalen frame van een stoel hangen twee bakjes met daarin zachte, gekleurde ballen, een cilinder gevuld met water laat luchtbellen opborrelen, en met behulp van een staande schemerlamp wordt een huiselijke omgeving opgeroepen. Alle objecten zijn hulpmiddelen om contact te leggen, om even in het Hier en Nu te worden opgenomen, en om een kortstondige verbinding te leggen tussen de innerlijke belevingswereld en de wereld erbuiten. Er is een speciaal woord voor: ‘snoezelen’. Zowel in de psychogeriatrie als in de algemene geestelijke gezondheidszorg wordt gesnoezeld, en er is de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar de wijze waarop directe sensorische gewaarwordingen kunnen worden geactiveerd.
Weeda deed onderzoek naar het bestaande instrumentarium waarmee wordt gesnoezeld en voegde er eigengemaakte objecten en situaties aan toe. Het spectrum aan directe sensorische gewaarwordingen werd door hem aangevuld met objecten die de herinnering activeren: de muziek op de grammofoonplaten, bijvoorbeeld, representeert een Elburg dat wellicht nog maar in afgezwakte vorm bestaat: een kleine stad met een duidelijke identiteit, voortgekomen uit honderden jaren van gemeenschapsleven.
Maar de klederdracht verdwijnt, en er vestigen zich mensen in het stadje die van elders komen en voor wie een dergelijk gemeenschapsleven iets volslagen onbekends is. De meeste visserschepen bevinden zich allang niet meer in Elburg, en de geur van teer en zeewater, het gekrijs van meeuwen en de zang van vissersliederen zijn reeds lang verdwenen.
Elburg is een dorp voor de recreant geworden, die met zijn vrijetijdsbootje over de randmeren toert. Met de dood van de Zuiderzee is deze pregnante visserscultuur grotendeels verdwenen.
Alleen in die oude hoofden bestaat het vooroorlogse Elburg nog, hoofden die met behulp van Weeda’s sensorische café ‘De luwte’ een verbinding kunnen leggen tussen simpele, directe gewaarwordingen in het Hier en Nu, en de niet aflatende stroom herinneringen die tot het laatste levensuur de gedachten van deze bejaarden blijven beheersen.
Het lijkt allemaal op de reis die door De Selby in O’Briens boek werd beschreven: een reis in het hoofd waarbij de vijf zintuigen worden geactiveerd, zolang de juiste ingrediënten maar aanwezig zijn.
Stichting Kunst en Openbare Ruimte













