Kunst vanuit de optiek van de architect. Een interview met Henk de Jong
De Stichting Kunst en Openbare Ruimte, kortweg SKOR genaamd, heeft mede door toedoen van zijn voorganger het Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten, een lange traditie in het realiseren van kunst bij nieuwbouw van volksgezondheidsinstellingen. Binnen de praktijk van SKOR is dit het enige onderdeel waar kunst en architectuur elkaar direct raken. Zelden komt in de teksten hierover de architect aan het woord. Een goede reden om Henk de Jong van het bureau De Jong Gortemaker Algra te interviewen, die al 25 jaar werkzaam is binnen deze specifieke sector van de utiliteitsbouw en al even lang ervaren met kunst. Maar nog belangrijker is zijn nauwe samenwerking met Edwin Zwakman waardoor een belangrijke voorwaarde ontstond om een bijzonder werk mogelijk te maken.
Tom van Gestel: “Wat is de expertise van jullie bureau?�
Henk de Jong: “Het bureau legt sterk de nadruk op functionaliteit en het vanuit de opgave komen tot een goede architectonische compositie die zich in esthetische zin richt op essenties van ruimtelijkheid, kleur en transparantie. Ziekenhuizen zijn de meest voorkomende opdrachten. Dit heeft het bureau overigens wel een stigma bezorgd. Voor woningbouw worden we niet zo snel gevraagd of de opdrachtgever vraagt ons verbaasd of wij dat ook kunnen. Voor dit genre utiliteitsbouw is specialistische kennis nodig. Het organiseren van het programma en de omgang met de gebruikers bieden voldoende uitdagingen om binnen de zwaar gedemocratiseerde bouwprocessen tot een goed resultaat te komen.�
Tom van Gestel: “Vanuit de kunstwereld wordt er wel eens denigrerend gedaan over al te reglementaire kunsttoepassingen. Hoe sta jij hier tegenover?�
Henk de Jong: “Het is mij opgevallen dat de kunst aan of bij die instellingen bijzonder goed overleeft. Er is aandacht voor, kunst is onderwerp van gesprek en de kunstwerken worden doorgaans goed onderhouden. Dat gaat op voor de hele sector van verpleeghuizen, ziekenhuizen, revalidatieklinieken en psychiatrische instellingen.�
Tom van Gestel: “Het is interessant te zien dat categorische verschillen tussen instellingen ook weerspiegeld worden in hun opvattingen over wat kunst is en wat kunst kan betekenen. Binnen SKOR zoekt men de verklaring hiervoor in andere hiërarchische verhoudingen tussen staf en personeel, of in het verschil in omgang tussen verpleging en patiënten. Immers, de verhoudingen liggen in een algemeen ziekenhuis waar een patiënt meestal slechts kortstondig verblijft anders dan bij een psychiatrische kliniek waar een patiënt meestal langdurig verblijft en de behandeling meer één op één is. Hoe zie jij dat?�
Henk de Jong:� Die verschillen wijt ik vooral aan een andere organisatie van het bouwproces. Ziekenhuizen zijn in het organiseren van de bouw al veel langer geprofessionaliseerd dan een psychiatrische kliniek. Een speciaal aangestelde bouwcoördinator of manager heeft kunst op zijn werklijst staan. Hij zorgt voor de aanstelling van een kunstcommissie waarmee dan vervolgens het overleg wordt gestart. In de psychiatrie daarentegen was tot voor kort het bouwproces minder gecoördineerd. Daar was vaak de opdrachtgever alert vanwege zijn persoonlijke interesse in kunst. Een lid van de raad van bestuur kan bijvoorbeeld aandringen op een kunsttoepassing en er zich persoonlijk mee gaan bemoeien. Bij verpleeghuizen is het meestal de directeur zelf met wie wordt overlegd.
Verschillen zijn ook te verklaren uit de verschillende fascinaties, benaderingen en persoonlijke opvattingen van medewerkers en adviseurs van SKOR en vroeger het Praktijkbureau. Binnen mijn eigen organisatie is er ook wel eens gewaarschuwd voor die dwingende stem van SKOR. Ik heb daar zelf geen problemen mee. Ik heb in het verleden moeten constateren dat een opdrachtgever die zijn persoonlijke voorkeur wilde doordrukken, achteraf niet zo gelukkig was met het uiteindelijke gerealiseerde kunstwerk. Uiteindelijk gaat het allemaal om het in elkaar gestelde vertrouwen, en dat was bijvoorbeeld bij ziekenhuis De Tjongerschans erg groot. Niet in de laatste plaats door de opstelling van de kunstenaar Edwin Zwakman.�
Tom van Gestel “Hoe sta je tegenover samenwerking met kunstenaars? Waar ligt ieders verantwoordelijkheid en hoe baken je deze af en is dat überhaupt wel nodig?�
Henk de Jong: “Ik houd graag een vinger aan de pols wanneer het gaat om de keuze van de kunstenaars en de beoordeling van ontwerpen voor kunst aan of bij door mij ontworpen gebouwen. Het is belangrijk dat het klikt tussen een kunstenaar en een architect en dat het voorgestelde kunstwerk niet het concept van het gebouw aantast. De expressie van het gebouw is iets individueels, daar mag de kunstenaar niet aan tornen. Daar gaat het om de creativiteit van de architect en dat is geen teamwork�.
Tom van Gestel: “Je toont hiermee een kritische maar open houding naar de kunst�.
Henk de Jong: “Het overkomt me wel eens dat een kunstenaar voorstelt samen te ontwerpen maar daar ben ik geen voorstander van. De architectuur en de kunst gedijen het best met respect voor ieders autonomie. Zwakman begeeft zich met zijn voorstel op een spanningsveld tussen architectuur en beeldende kunst, maar het is tegelijkertijd zo sterk en autonoom dat het op geen enkele wijze negatief interfereert met mijn concept voor het gebouw�.
Tom van Gestel: “Wat vind je van het werk dat Edwin Zwakman voor het ziekenhuis Tjongerschans ontwierp?�
Henk de Jong: “Het is pure fascinatie, dat Zwakman over die bouwplaats liep en niet zijn foto’s of modellen wilde representeren, maar dat hij zijn plan direct wilde vertalen in een gat van vijf bij zeven meter onder een glazen pui. Het is niet esthetisch, misschien wel weer in zijn ruwheid. Als kunstwerk is het een sterk verhaal. Daar komt bij dat Zwakman het volledige vertrouwen wist te winnen van de opdrachtgever en die noodzakelijke vonk kon laten overslaan�.
Tom van Gestel: “Je hebt er alles aan gedaan om dit werk mogelijk te maken en voor problemen van technische en constructieve aard een oplossing te vinden. Waarom?�
Henk de Jong: “Als architect, betrokken bij een dergelijk kunstwerk, moet je dit gewoon doen.�
Tom van Gestel: “Wat is je mening over de gangbare praktijk in Nederland om bij openbare gebouwen en meer in het algemeen in de openbare ruimte met kunst te werken?�
Henk de Jong: “Het moet! Het is noodzakelijk dat er aan kunst aandacht wordt besteed bij architectuur en eigenlijk bij alle investeringen van enige omvang. Als maatschappij heb je een culturele verantwoordelijkheid. Alles wat je doet moet hiervan doordrongen zijn. Je hebt de verplichting als architect, maar ook als ondernemer, politicus of wie dan ook, om vanuit een cultureel besef te werken en om die culturele verantwoordelijkheid ten aanzien van de maatschappij te nemen. Als je die verantwoordelijkheid niet neemt beland je in populisme. Ziekenhuizen zijn plekken waar veel mensen komen, als bezoeker, personeel en als patiënt. Het zijn belangrijke openbare plekken waar kunst op zijn plaats is�.
Tom van Gestel: “Vind je het een goed streven om jonge kunstenaars voor dit soort opdrachten te selecteren?�
Henk de Jong: “Het is belangrijk voor de ontwikkeling van die kunstenaars, maar het leidt ook vaak tot iets wat minder voorspelbaar is. Juist voor die kunstenaars zijn het uitdagingen die hen boven zichzelf uittillen. Ziekenhuizen moeten zich steeds sterker profileren wat doorwerkt in de keuzes voor architecten en kunstenaars. Als je een groot ego uitnodigt als architect, dan kiest die vaak zelf een kunstenaar die tegemoet komt aan zijn status. Dat komt het kunstwerk en voor wie het is bedoeld niet altijd ten goede. Het kan al gauw tot iets voorspelbaars leiden. Daarom is het belangrijk dat SKOR op de bres staat voor het behoud van de regelingen die het mogelijk maken kunst bij nieuwbouw van ziekenhuizen te realiseren en daarvoor ook jonge minder gevestigde kunstenaars uit te nodigen.�
Tom van Gestel: “Hoe sta je tegenover de nieuwe wet op de ziekenhuisvoorzieningen en wat kunnen daarvan de consequenties zijn voor de kunsttoepassingen?�
Henk de Jong: “Er schuilt een groot gevaar in deze nieuwe wet waarbij bouwactiviteiten niet noodzakelijkerwijze meer onder controle van de overheid vallen. Ze kunnen dan bijvoorbeeld op basis van lange termijn huisvestingsprogramma’s worden gefinancierd. Daarmee zou het zicht op dit soort regelingen verloren kunnen gaan. Bij een terugtrekkende overheid dreigen kunstbudgetten te worden geschrapt en dat zal zeker gelden voor utilitaire projecten als ziekenhuizen waar efficiency denken steeds meer de overhand krijgt ten koste van de patiënt�.
Deze tekst komt uit de publicatie Het Gat ter gelegenheid van de realisatie van het gelijknamige werk van Edwin Zwakman voor ziekenhuis De Tjongerschans
Stichting Kunst en Openbare Ruimte