Culturele identiteit in kaart gebracht
Het satirische televisieprogramma Jiskefet heeft een serie waarin de drie cabaretiers oude mannen in een verzorgingstehuis spelen. Ze worden verzorgd door een dominante oudere vrouw, terwijl een jong meisje er steeds onzeker omheen staat te draaien. Kauwgom kauwend laat de kleine verpleegster zich betuttelen door de oudere vrouw, en steeds als ze iets wil zeggen komt dat er maar half uit: ‘Wattik wouw sègge…’ De tongval is onmiskenbaar Amsterdams, maar niet alleen dat: de blonde tiener praat als een Amsterdamse allochtoon. Haar intonatie - de vette ‘g’ achter in de keel en de ‘s’ als een ‘sj’ - is de mixtaal van jonge Amsterdamse Marokkanen, die inmiddels ook door veel blonde jongens en meisjes in de hoofdstad wordt gebezigd: Amsterdams heeft een tintje Arabisch gekregen.
Wat bepaalt je identiteit? De taal die je spreekt, of je accent? Dat alles hetzelfde is als vroeger? De gewoontes, de koekjes die je bakt? Het uiterlijk van het landschap of de vorm van de huizen?
In 2001 startte het project Proeftuin Twente, in opdracht van de kunstvereniging Diepenheim en SKOR. Sjoerd Cusveller van het onderzoeksbureau SAM (Stedebouw en architectuurmanagement) schreef het plan van aanpak.(1) Proeftuin Twente is een zoektocht naar de culturele identiteit van de streek, met het doel de uitkomsten ervan aan te wenden voor de toekomstige ontwikkeling van Twente. Kunstenaars werden uitgenodigd om de identiteit van de bewoners te verkennen en zo bewoners nauwer te betrekken bij de ruimtelijke ontwikkelingen van de regio.
Na een prelude van Arnoud Holleman in 2001 (2), gingen in 2003 de Mobiele Laboratoria van start: veertien kunstenaars onderzochten de culturele identiteit van veertien deelgemeenten van Twente. Door gesprekken met bewoners, door kunstwerken of door een dagelijkse column in de lokale krant – de vorm maakte niet uit, als de uitkomst maar iets aan het licht bracht over identiteit en de manier waarop Twentenaren daarmee omgaan. Tegelijkertijd werd met dit project het identiteitsbewustzijn van de bevolking in gang gezet. De Stichting Proeftuin Twente beoogde niet alleen te ontdekken wat de identiteit van de Twentenaren is - identiteit wordt hierbij opgevat als een dynamisch cultureel product - maar wilde ook tot een oordeel kunnen komen over de vraag welke facetten van de identiteit van Twente de moeite van het bewaren waard zijn. De uitkomsten zouden als startpunt dienen voor de toekomstige ruimtelijke inrichting van de provincie.
De veertien kunstenaars van de Mobiele Laboratoria hadden ieder een verschillende aanpak. Sommigen bleven dicht bij de opdracht en benaderden deze als een journalistiek onderzoek: zij gingen praten met de bewoners en schreven een rapport over hun bevindingen. Vaak voorzien van adviezen over de mogelijkheden van identiteitsbehoud, zoals Natasha Gerson deed in Borne en Korrie Besems in Dinkelland, door middel van een zoektocht naar streekmythen en –sagen. Kunstenaar Jord den Hollander pakte het anders aan en ontwierp een ‘Soundsafari’ door de gemeente Wierden, om zo de bewoners attent te maken op de eigenheid van geluiden in de streek – van een zangkoor tot dieren en industriële geluiden – én de veranderingen in het landschap.
Column
Dat niet alle Twentenaren zich zomaar in kaart laten brengen, bleek uit een bijzonder project van Threes Anna Schreurs, dat veel stof deed opwaaien in de gemeente Oldenzaal. Een maand lang schreef zij een dagelijkse column in het dagblad Tubantia over haar bevindingen als stadse gast in de hechte gemeente Oldenzaal. De Tubantia wordt door 80% van de mensen in Oldenzaal gelezen en Schreurs was dan ook, tegen wil en dank, binnen de kortste tijd een Oldenzaalse VIP die, zoals het gaat bij VIP’s, werd bewonderd en veracht. Want niet iedereen wilde op zijn karakteristieken bekeken worden. “Dit is voor het eerst dat ik schrijf via de computer�, schrijft een anonieme inwoner aan Schreurs: “Want al weken erger ik mij vreselijk aan uw stukjes in de krant. Het enige wat u doet is een negatief beeld van ons heerlijke stadje schetsen. Wij voelen ons hier fijn en hebben geen behoefte aan de nare beschrijvingen die u produceert.� Schreurs bekeek alles in Oldenzaal: de begraafplaatsen, de nette tuintjes, de vuilnisophalers, de Oldenzaalse allochtonen, en vroeg mensen op straat het hemd van het lijf. Ze ontdekte dat mensen meer betaalden voor een huis met uitzicht op de toren van de Plechelmuskerk en waagde het deze een fallussymbool te noemen; ze dook de onguurste kroeg in om de privé-geheimen van de stamgasten te ontfutselen. Na enkele weken was Oldenzaal verdeeld in pro-Threes-Anna’s en contra-Trees-Anna’s die, om hun gebrek aan behoudendheid te bewijzen, Threes in Trees hadden veranderd, net zoals Twenthe honderd jaar geleden in Twente veranderde. Identiteit bleek voor velen iets onaantastbaars. Ze wordt door de bewoners gekoesterd en verfoeid.
Inzichten
Maar hoe konden de Mobiele Laboratoria in concreto worden ingezet bij de ontwikkeling van een ruimtelijke visie op Twente? Drie ontwerpteams ontwikkelden hiervoor ideeën en maakten in 2004 de tentoonstelling Ontwerp en identiteit:Twente 2030. In hoeverre de resultaten van de Mobiele Laboratoria werden weerspiegeld, daarover verschilden de meningen. Maar volgens projectleider Sjoerd Cusveller hebben de Laboratoria wel degelijk inzichten opgeleverd die bij de toekomstige concrete planvorming zullen worden meegenomen: “Proeftuin Twente is doelbewust opgezet buiten de formele planvorming van Twente, om ruimte te geven aan een impuls vanuit de culturele kant. Wat is culturele identiteit? En wat kan identiteit betekenen voor de toekomst van de provincie? In de Laboratoria, en met name ook bij het project van Threes Anna Schreurs, bleek dat identiteit niet in de eerste plaats gevormd wordt door het fysieke landschap, maar door het zogenoemde ‘mentale landschap’ – het geheel van gedachten over de betekenis van Twentenaar zijn. Identiteit is een woord dat bovendien vrijwel altijd in één zin genoemd wordt met het woord ‘verlies’. De angst voor verlies van identiteit is groter dan een enthousiasme over de groei en dynamiek ervan. Terwijl identiteit absoluut niet statisch is. �De bijdrage aan planvorming zal dan ook voornamelijk bestaan uit het scheppen van ruimte voor de ontwikkeling van identiteitsbewustzijn�, aldus Cusveller. “We hebben het nu in kaart gebracht, de volgende stap is een advies aan de beleidsmakers. Hoe dat er precies uitziet weten we nog niet, maar het is duidelijk naar voren gekomen dat er plaats moet worden gemaakt voor de dialoog over de identiteit van de Twentenaren.�
Wieteke van Zeil
1. Het Plan van Aanpak voorzag in een aantal onderdelen: een prelude, een atlas en reistafel, mobiele laboratoria en een toekomstvisie.
2. Holleman maakte een dubbeltentoonstelling in Kunstvereniging Diepenheim en Rijksmuseum Twenthe en schreef de tekst WIJ (zie www.skor.nl en Open nr. 7, 2004)
Projectgegevens:
Opdrachtgever: Kunstvereniging Diepenheim
Deelnemende kunstenaars:
Prelude: Arnoud Holleman
Mobiele Laboratoria: Ida van der Lee (Hellendoorn), Roderik Rodenburg (Rijssen-Holten), Cor Trompetter (Almelo), Natasha Gerson (Borne), Andrea Stultiens (Twenterand), Frank Bezemer (Tubbergen), Bob Braine (Losser), Threes Anna Schreurs (Oldenzaal), Korrie Besems (Dinkelland), Yvonne Dröge Wendel (Hengelo), Peter Spaans en Hans Eijkelboom (Hof van Twente), Maurer United Architects (Enschede), Sietske van der Hoek (Haaksbergen) en Jord den Hollander (Wierden)
De ontwerpteams bestonden uit: Jeroen van Westen, Peter de Ruyter en Ton Matton (team Twente Noord-Oost-West); Rik Herngreen, Alex van de Beld, Ger Janne Benner en Arjen Nienhuis (team Twente Zuid); Steven van Schuppen, Pieter Jannink, Sandra Schuit en Rob Beerkens (team Netwerkstad) en studententeams van de Academie van Bouwkunst Amsterdam en de Landbouwhogeschool Larenstein.
Locatie: Twente
Jaar: 2001-2004
Deze tekst verscheen in de publicatie 'Kunst en ruimtelijke (ont)ordening', deel 1 van de reeks SKOR projectdocumentaties.
Stichting Kunst en Openbare Ruimte











