Snoezel als disco
Erik van Lieshout in Heimerstein in Rhenen
Stichting De Opbouw te Utrecht is een landelijke instelling op het gebied van jeugdbescherming, gezondheidszorg en ouderenzorg. De Opbouw functioneert als koepelorganisatie voor een groot aantal instellingen verspreid in Nederland. Kenmerkend voor De Opbouw, maar misschien nog wel het meest voor de directie, is dat er een actief kunstbeleid wordt gevoerd. Ter gelegenheid van het vijfenzeventig jarig bestaan van het zorgcentrum voor verstandelijk gehandicapten Heimerstein wilde De Opbouw dan ook een kunstwerk aanbieden. De gedachten gingen uit naar een werk dat op enigerlei wijze gebruikt kon worden en een centrale plek zou kunnen innemen in de belevingswereld van de bewoners. Al snel viel de term mobiele snoezelruimte.
Aan Erik van Lieshout werd gevraagd hiervoor een werk te maken. Al eerder had Van Lieshout als artist in residence in het zogenaamde ‘Vijfde Seizoen’ in Den Dolder ervaring opgedaan met cliënten van een psychiatrische inrichting. Hij had voor de Willem Arntsz Hoeve een sloopauto omgebouwd tot een mobiele gettoblaster waarmee hij rondjes reed over het terrein, niet altijd met instemming van staf en personeel.1
Van Lieshout besloot om samen met zijn broer Bart geruime tijd op het terrein van Heimerstein te bivakkeren en zich te spiegelen aan het gedrag van de bewoners. Hun verblijf aldaar en de omgang met een aantal bewoners zou de grondstof moeten leveren voor een videoproductie waarin beide broers hun eigen afwijkingen ter discussie stellen, elkaars gedrag en uitspraken op indringende wijze becommentariëren en tot verbeelding brengen.
Tegelijkertijd werkten zij samen met bewoners aan een snoezel-discobus op basis van een gestripte SRV winkelwagen. De carrosserie van de wagen werd gemaakt van spiegelende kunststofplaten, enigszins amorf aan elkaar geschroefd, zodanig dat men slechts van binnen naar buiten kon kijken en niet andersom. De wagen werd ingericht met een geluidsinstallatie, een rookmachine, een stroboscoop, zitjes en ander zaken die men zoal aantreft in een discotheek. Op de grote voorruit kan van binnenuit worden geprojecteerd.
Niet geheel risicoloos en niet helemaal conform de wegverkeerwetgeving deed de disco-snoezelbus op 23 augustus 2003 mee aan de jaarlijkse truckersdag op Heimerstein. Bart achter het stuur en Erik met een aantal cliënten achterin. Kleine, nog niet ontdekte gebreken, waren er de oorzaak van dat de bus de truckers niet kon bijbenen en de bus moest hoestend en proestend alleen de weg door het groene landschap terug zien te vinden. Sommige verontruste streekbewoners belden de politie met de mededeling dat er een UF(R)O was gesignaleerd. De bus mijdt sindsdien de openbare weg en het is de bedoeling dat hij alleen wordt ingezet voor verjaardagsfeestjes en partijen op het terrein van de instelling onder aan de Grebbeberg.
Verschillende versies
De videofilm die Erik produceerde kent verschillende versies, zowel voor vertoning binnen Heimerstein als daarbuiten, waarbij de laatste versie meer op het kunstcircuit is gericht. Aangezien in beide versies ook cliënten van de instelling figureren moest de film ter beoordeling worden getoond aan ouders, voogden en personeel. Sommige scènes konden die toets niet doorstaan. Met name scènes waarin de suggestie van travestie werd gegeven en waarin lichamelijk nogal vrijpostig werd geacteerd dienden te worden verwijderd. Niet zonder slag of stoot is er nu dus een sterk gekuiste versie voor gebruik binnen Heimerstein. Maar of die daar ook wordt vertoond is zeer de vraag. Een andere versie wordt in verschillende ruimtelijke settings in het kunstcircuit vertoond, bijvoorbeeld tijdens de tentoonstelling ‘Quicksand’ in 2004 in De Appel. Hier was de video-installatie Happiness te zien in een door Erik van Lieshout gemaakte ruimte van hetzelfde materiaal als de disco-snoezelbus.
Zonder twijfel zal met name de videoproductie door menigeen als controversieel worden beschouwd. Misschien ligt dit werk zelfs wel aan de grens van wat een kunstenaar, daartoe uitgenodigd, binnen een instelling voor verstandelijk gehandicapten kan presteren. Het opzoeken van grenzen en het doorbreken van taboes is echter kenmerkend voor het werk van Erik van Lieshout. Sterk punt daarbij is dat hij zichzelf, en in dit geval ook zijn broer, niet spaart. In feite plaatsen zij zichzelf in een even kwetsbare positie als de cliënten van Heimerstein. Het gaat in dit soort situaties om de vraag of er gebruik of misbruik van de cliënten wordt gemaakt en er alleen maar wordt genomen of ook wordt gegeven. Van misbruik is hier echter geen sprake, Van Lieshout heeft zich volledig gegeven. Maar al te vaak blijft er van maatschappelijk georiënteerde of geëngageerde kunst niet veel meer over dan een verantwoord gesprek rondom de keukentafel van de kunst. Dat kun je van dit werk in ieder geval niet beweren.
Tom van Gestel
1. Zie voor het project ‘Het Vijfde Seizoen’, Open nr. 2, 2002, uitgave SKOR i.s.m. Artimo (Amsterdam)
Deze tekst verscheen in de publicatie Kunst als medicijn , SKOR Kunstprojecten deel twee.
Stichting Kunst en Openbare Ruimte













