Overmoed en weemoed
Jan van de Pavert in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam
Voor de fusie van het Sint Lucas Ziekenhuis met het Andreas Ziekenhuis in Amsterdam werd onlangs het ene gebouw vernieuwd en uitgebreid en het andere afgestoten. Beide gebouwen zijn typische voorbeelden van het modernisme uit de jaren zestig. Ze vormen het onderwerp van het kunstwerk van Jan van de Pavert. In de overdekte doorgang naar de entree heeft Van de Pavert twee grote lichtbakken aangebracht met geaquarelleerde voorstellingen van de beide gebouwen. Eén afbeelding stelt in vogelvluchtperspectief een voltooid gebouwencomplex voor met een idee voor toekomstige uitbreidingen en de andere afbeelding zet vanaf een standpunt op het maaiveld patiënten en medici op de voorgrond. De stijl is zakelijk, sober en optimistisch zoals perspectieftekeningen van architecten er veertig jaar geleden uitzagen.
Het rooms-katholieke Sint Lucas is het enige ziekenhuis dat door architect Peutz is ontworpen en dat ook daadwerkelijk is gebouwd.1 Het gebouw neemt een prominente plek in langs de rondweg, de A10, die oorspronkelijk een stadsautoweg zou worden in het uitbreidingsplan voor Amsterdam uit 1934. Op deze plek moest een hoog gebouw staan, vond Peutz, waarmee hij tegen de deskundigen inging die in de bouwcommissie voor laagbouw pleitten. Hij vond een onorthodoxe oplossing door een hoog T-vormig beddenhuis aan te zetten tegen een T-vormige laagbouw met polikliniek, eerste hulp, laboratorium en mortuarium, op een dusdanige wijze dat het een rechthoekige hal omsloot. Die hal was met 700m2 voor zijn tijd opvallend ruim. Peutz vond dat deze ruimte het centrum was van het ziekenhuis, een representatieve ruimte waar iedereen elkaar kon ontmoeten, waar men kon zitten, afscheid nemen en inkopen doen. De typische ziekenhuissfeer moest hier ontbreken. Markante roltrappen in de hal, die inmiddels zijn verdwenen, zorgden niet alleen voor een goede logistiek maar droegen bij aan het levendige karakter. Zoals het een goed modern gebouw betaamt was het flexibel opgezet. Dragende wanden ontbraken zodat veranderingen zelfs nog tijdens de bouw konden worden doorgevoerd. De gevels waren uitgevoerd als glazen vliesgevels (ze zijn inmiddels vervangen). Doordat het gebouw rondom vrijstond op het terrein kon het naar alle kanten uitgebreid worden.2 Deze flexibiliteit is dankbaar benut bij de verbouwing en uitbreiding die het ziekenhuis heeft ondergaan.
Verdwenen zekerheden
In zijn vogelvluchtperspectieftekening heeft Van de Pavert een denkbeeldig samenstel van de oude en nieuwe gebouwen en gebouwdelen ontworpen. Rechts ligt het huidige verbouwde Sint Lucas Andreas ziekenhuis met de nieuwe gevels en de nieuwe voorbouw van architectenbureau Wiegerinck, in het midden het originele Sint Lucas van Peutz en links het inmiddels gesloopte Andreas. Deze gebouwen laten zich op de tekening schijnbaar moeiteloos samenvoegen tot een nieuw geheel. Het denkbeeldige gebouw vult bijna een hele stadswijk en zou zo te zien allerlei functies in zich kunnen opnemen.
De andere tekening bewaart het beeld van een verleden dat verdwijnt. Het protestants-christelijke Andreas Ziekenhuis van de architecten Duintjer en Istha ondergaat, hoewel ook markant en modern, toch een totaal ander lot dan zijn roomse zuster: het is gesloopt. Misschien is gesloopt worden en verdwijnen wel een ander aspect dat onlosmakelijk met het moderne bouwen en met de moderne tijd verbonden is. En er is nog iets anders dat verdwijnt: de oude tekenen van de vaderlandse verzuiling verdwijnen met de fusie van de beide confessionele instellingen. In de tekening van Van de Pavert is dan ook een Andreaskruis losgeraakt van zijn achtergrond. Onder de figuren op de voorgrond lopen patiënten in mediterrane klederdracht tussen geüniformeerde leden van de medische staf. Beseffen zij dat ze als laatsten in een tuin van de tuinarchitect Mien Ruijs lopen? Ook die tuin is inmiddels gesloopt, waarmee weer een icoon van de jaren zestig verdwenen is.
De twee tekeningen zijn uitgevoerd in dezelfde koele wederopbouwstijl die we kennen van de architectuurtekeningen uit de naoorlogse periode. Van de Pavert geeft schijnbaar stoïcijns evenveel ruimte aan zowel de overmoed van het nieuwe bouwen en het vooruitgangsgeloof als aan de weemoed om het verlies van het oude en de oude zekerheden. De tekeningen zijn gescand, uitvergroot en overgebracht op transparant vinyldoek, het gebruikelijke materiaal voor toepassing in lichtbakken. Het gekozen middel van de lichtbakken onderstreept het openbare karakter van de toegang naar de hal, geheel in de geest van architect Peutz die met zijn gebouw als een van de eersten uitdrukking heeft gegeven aan het openbare karakter van een groot ziekenhuis.
Een interessant vraagstuk diende zich aan bij de keuze van de exacte plaats voor de lichtbakken. Moesten ze in het vlak van de bouwkundige kolommen maar asymmetrisch ten opzichte van de entreedoorgang hangen of symmetrisch aan weerszijden van de wanden van de entreedoorgang en de bezoekersstromen? Het eerste had aanvankelijk de voorkeur van de architect die de verbouwing en uitbreiding had ontworpen, omdat het meer zou integreren in het constructieve stramien. Het laatste had de voorkeur van de kunstenaar, omdat daarmee de beide tekeningen even goed in het zicht zouden komen van de bezoekers. Na een proefopstelling was uiteindelijk de architect de eerste om toe te geven dat de symmetrische oplossing de beste was. De beleving van het kunstwerk en de beleving van de doorgang als openbare ruimte hadden voorrang gekregen boven een ontwerpsystematisch argument.
Architectuur in het algemeen en het pionierswerk van modernisten in het bijzonder zijn al vaker onderwerp geweest van Jan van de Pavert.3 In tekeningen en sculpturen stelt hij fragmenten van architectuur samen tot voorlopig aandoende assemblages die zich nog naar allerlei denkbare kanten verder kunnen ontwikkelen. Soms bedient hij zich van het idioom van figuratieve vroeg twintigste-eeuwse monumentale wandschilderingen uit de Nieuwe Zakelijkheid. In dit geval gaat het om de wederopbouwperiode van na de Tweede Wereldoorlog die met twee fraaie ziekenhuisgebouwen tot voltooiing is gekomen, waarbij de kunstenaar kiest voor de gangbare tekenstijl van architectuurpresentaties uit die tijd. In de geschiedenis van de twee ziekenhuizen belicht hij zowel de droom als het gevoel van verlies en onzekerheid van de nieuwe tijd. Allebei stralen ze hun licht uit in de overdekte doorgang.
Govert Grosfeld
Noten
1. Gebouwen van deze architect fascineren nog steeds door hun eigenzinnige mix van moderniteit en tijdloze monumentaliteit. Warenhuis Schum in Heerlen is onlangs gerestaureerd en in gebruik genomen als kunstcentrum. In een programma van serieuze computergames presenteert Marc Maurer de Peutz game. In deze game op basis van de Unreal engine rennen spelers door de gebouwen van de architect Peutz.
2. Noor Mens en Annet Tijhuis, De architectuur van het ziekenhuis , Rotterdam, NAi Uitgevers, 1999.
3. Dominic van de Boogerd, met een voorwoord van Marja Bosma en Sjarel Ex, HUIS. Jan van de Pavert , catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Centraal Museum, Utrecht, 1994 en Jan van de Pavert, huis tape muur , Centraal Museum, Utrecht, 1998.
Deze tekst verscheen in de publicatie Kunst als medicijn , SKOR Kunstprojecten deel twee.
Stichting Kunst en Openbare Ruimte













