Blob
Een paviljoen van Jurgen Bey en studenten bij de TU-Eindhoven
Sinds de intrede van de computer heeft het ontwerpen van vloeiende, gestroomlijnde vormen, ook wel blobs (binary large objects) genoemd, een grote sprong voorwaarts gemaakt. Deze vormen blijken echter niet eenvoudig te bouwen met de traditionele bouwmiddelen. Voor Arno Pronk, als onderzoeker verbonden aan de faculteit Bouwkunde Technische Universiteit Eindhoven, was dit reden een bouwtechnische methode te ontwikkelen die het mogelijk zou maken deze complexe vormen te realiseren. Hiertoe ontwikkelde Pronk de zogenaamde Blowing Structure Method. Met behulp van pneumatische mallen en tentvormige membraanconstructies, in combinatie met buigstijve elementen voor de hoge punten en kabels voor de lage punten, zouden deze vrije vormen ook werkelijk gebouwd kunnen worden. Of anders gezegd: met panty’s, ballonnen en ijzerdraad kunnen modellen worden gemaakt die met lijm of papier-maché stevigheid krijgen en weersbestendig worden. Zo kan een oneindige hoeveelheid combinaties van vormen worden gemaakt.
SKOR werd aanvankelijk benaderd door de TU/e om kunstenaars te laten experimenteren met de vormmogelijkheden van deze nieuwe methode. SKOR had echter een andere ambitie. Met haar kunstprojecten wil zij juist duurzame samenwerkingsverbanden tussen kunst en wetenschap bewerkstelligen. Hierbij moeten de disciplines elkaar uitdagen om andere perspectieven te ontwikkelen. Daarom werd door SKOR en Arno Pronk een nieuw plan ontwikkeld. In een workshop zouden kunstenaars met studenten (nieuwe) ideeën gaan ontwikkelen voor vormtoepassingen met behulp van deze nieuwe techniek. Dit onderzoek moest resulteren in een ontwerp voor een paviljoen op de campus.
SKOR stelde twee kunstenaars en een ontwerper voor. Ronald Cornelissen werd gevraagd vanwege zijn sculpturale invalshoek en omdat hij geen concessies zou doen aan zijn kunstenaarschap. Hij koos dan ook expliciet voor zijn eigen werkwijze, waarbij sculpturen ontstaan vanuit narratieve cartoonachtige tekeningen. Gabriel Lester hanteert geen vast medium. Hij is een conceptueel kunstenaar, geïnteresseerd in de perceptie van beelden. Vaak werkt hij aan meer toegepaste projecten in samenwerking met andere disciplines. Jurgen Bey tenslotte is voortdurend bezig de werkelijke waarde van de dingen om ons heen en de voortdurende productie van nieuwe dingen te bevragen en te ontrafelen.
Van alle drie werd verwacht dat zij gedurende tien weken in workshopverband met studenten aan de slag zouden gaan, waarbij hun kunstenaarschap bepalend moest zijn voor het ontwerpproces en voor het eindresultaat. Ieders kennis en ideeën moesten optimaal worden ingezet.
Tussen artistieke vrijheid en programma van eisen
Het paviljoenontwerp, dat realiseerbaar moest zijn, zou als platform en aanleiding moeten dienen voor onderzoek op het raakvlak van kunst en technische wetenschap. Hiertoe was door Arno Pronk een uitvoerig programma van eisen geformuleerd - met ondermeer airconditioning, verwarming, een translucente huid, een dubbel projectiescherm - dat voortdurend werd aangevochten door Bey, Cornelissen en Lester, die gesteund door SKOR hun artistieke vrijheid bevochten. Die artistieke vrijheid werd op haar beurt herhaaldelijk uitgedaagd door de studenten, die met de in hun ogen vaak bizarre onvoorspelbare werk- en denkwijze van de drie kunstenaars moeilijk uit de voeten konden. De uitkomsten van de workshop werden door een jury beoordeeld, waarin Jan Westra (decaan faculteit Bouwkunde TU/e), Philip van den Bossche (conservator Van Abbemuseum Eindhoven), Kees van der Hoeven (Voorzitter Bond van Nederlandse Architecten), Harry Roumen (secretaris college van bestuur TU/e) en Maria Verstappen (beeldend kunstenaar - Driessens & Verstappen) zitting hadden.
Het ontwerp van Jurgen Bey werd gekozen (1).De keuze van de jury was echter niet onomstreden. Beys maquette was niet conform het programma van eisen, terwijl Lester en zijn studenten zich juist geheel hadden toegespitst op het ingenieus gebruik van de techniek. Zij hadden zich daarmee het best aan de opdracht gehouden, maar volgens de jury enigszins ten koste van het artistieke denken. Het voorstel van Jurgen Bey won desondanks en werd vooral gewaardeerd vanwege zijn kritische benadering. De jury schreef: "Hoewel de technische uitwerking nog niet ver genoeg was en achterbleef bij die van zijn collega’s, meent de jury dat zijn ontwerp een uitdaging is voor het denken over blobarchitectuur. Het ontwerp overstijgt de techniek en wordt gezien als een verrijking en uitdaging voor de ontwikkeling van de blobarchitectuur." (2) Bovendien had zijn ontwerp in de ogen van de jury potentie om uit te groeien tot een kraamkamer voor samenwerkingsprojecten van kunst en technologie in Eindhoven. De resultaten van de workshops werden tentoongesteld in de Inkijk, het tentoonstellingsgebouwtje van SKOR in Amsterdam.
Mascotte en medium ineen
Jurgen Bey en zijn studenten gingen vervolgens met hulp van Arno Pronk en diverse bedrijven - waaronder Tentec en Polycel, die de know how aanleverden voor respectievelijk de constructie en de toepassing van polyester - aan de slag om het concept te verwezenlijken. Op 18 februari 2005 werd de blob officieel opgeleverd, met een symposium over blob architectuur waar modellen van Peter Cook, een van de oprichters van Archigram, naast werk van Jurgen Bey werden gepresenteerd. Vlakbij de hoofdingang stond een wonderlijk translucent bouwsel, dat in het schemerduister op het grasveld voor de faculteit Bouwkunde stond te gloeien. Het bouwsel kan niet omschreven worden in termen van mooi of harmonisch qua vorm, daarvoor is het te bizar met zijn rare uitstulpingen.
Uit de kern van het paviljoen, de mal van een caravan, bollen vormen op waar aan de buitenkant kasten, een trap en een spreekgestoelte zijn toegevoegd. Constructieve oplossingen zoals de verstijving van de wanden werden in handen van Bey decoratieve elementen, zoals barokke krullen van opgerold touw en kanten gordijnen die in het polyester meegegoten werden. Het paviljoen is mobiel, kantelbaar en heeft een fors projectiescherm, dat aan twee zijden bruikbaar is zodat er zowel binnen als buiten films op kunnen worden geprojecteerd. Het paviljoen kan aan een ander gebouw worden vastgemaakt en gebruikt als extra ruimte. Als zelfstandig bouwsel kan het dienen als buitenbioscoop, als werkplaats, horizontaal over de Dommel geplaatst als fontein, vertikaal als lantaarnpaal. Door een opblaasbare bol kan het bouwsel opgekrikt en vervoerd worden. In de woorden van Jos Bosman, die als medewerker van de afdeling Bouwkunde bij het project was betrokken is de blob "mascotte en medium in een. Mascotte van een faculteit Bouwkunde met een nostalgische waardering voor de jaren zeventig avant-gardes in kunst en techniek. En een medium voor kunstenaars en onderzoekers om vragen te stellen over de verbeelding van de techniek en de techniek van de verbeelding."
Een redactie, waarin Philip van den Bossche (Van Abbemuseum), Jos Bosman (faculteit Bouwkunde) en Maarten Pieterson (Studium Generale Tu/e zitting hebben, verzorgt de programmering. Zo zal de blob in het najaar de infobalie voor de Dutch Design Week zijn. Tussendoor zou het kunnen functioneren als privé museum waarvan de sleutel op te halen is bij de conciërge en waar altijd een film is te zien, bijvoorbeeld uit de collectie van het Van Abbemuseum.
Liesbeth Melis ism Dees Linders
1. voor uitgebreide informatie over de blob, zie www.blob.tue.nl
2. Jurgen Bey werkte samen met bouwkunde studenten Dirk Osinga, Harmen Jorritsma en Verena Koopmeiners.
3. zie juryrapport, 2003. www.blob.tue.nl/juryrapport
Opdrachtgever: TU Eindhoven
Locatie: TU/e Faculteit Bouwkunde, Den Dolech 2, Eindhoven
Oplevering: februari 2005
Stichting Kunst en Openbare Ruimte