E-volver
Driessens & Verstappen in het LUMC in Leiden
Al in de eerste gesprekken met het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) over een kunstproject in het nieuwe Onderwijs - en Onderzoeksgebouw, ging de aandacht uit naar de aard van het betreffende onderzoek en onderwijs. Het nieuwe gebouw zou plaats gaan bieden aan anatomische- en biomedische wetenschappen. Daartoe behorende vakgebieden als medische biologie en biotechnologie staan ook onder kunstenaars in de belangstelling en raken bovendien aan een maatschappelijk gevoelig onderwerp als genetische manipulatie. Inzet van het project aan het LUMC was een ontmoeting van wetenschappers en kunstenaars om elkaar te inspireren op de raakvlakken van hun disciplines. In een vroeg stadium werd een workshop georganiseerd met deelname van onderzoekers van het LUMC en een aantal kunstenaars. Onderzocht werd of er grond was voor uitwisseling en samenwerking en wat daarvoor aanknopingspunten zouden kunnen zijn.
De workshop op 5 maart 2004 werd opgezet op basis van actuele praktijken en opvattingen van kunstenaars over biotechnologie. Tot de verbeelding spreekt bijvoorbeeld de positie van beeldend kunstenaar David Kremers die als ‘distinguished conceptual artist in Biology’ een aanstelling heeft bij Caltech, een vooraanstaand instituut voor biotechnologisch onderzoek in de Verenigde Staten. Kremers ontwikkelde met behulp van de schilderkunst, de fotografie en de computer methodes om de nauwelijks te bevatten onderzoeksresultaten te visualiseren en in een enkel beeld te vangen. Hij zei daarover: "De biotechnologie is met dingen bezig die ons idee van onszelf en de wereld radicaal zullen veranderen. Die dingen zijn vaak niet of nauwelijks zichtbaar. Daar komt bij dat wetenschappers min of meer intuïtief een totaalbeeld samenstellen van wat ze alleen in gedeeltes kunnen zien" (1). Naar eigen zeggen maakt Kremers het als kunstenaar voor buitenstaanders mogelijk om een standpunt in te nemen ten opzichte van innovatie in de biotechnologie: "dat kan alleen maar als we ons een beeld maken van hoe die nieuwe wereld zal zijn".
Kort voorafgaand aan de workshop verscheen in Metropolis M een interview met beeldend kunstenaar Taco Stolk (2) over betrokkenheid van kunstenaars bij biotechnologische ontwikkelingen. Hij noemt daarin de mogelijkheid tot het openbreken van de maatschappelijke discussie omtrent ethische grenzen, en pleit voor kunst als een vorm van niet-rationele bemiddeling tussen wat wij niet begrijpen en wat ook bijna per definitie onbegrijpelijk is. "Er is voor de kunst een grote rol weggelegd om nieuwe onbegrijpelijkheden navoelbaar te maken".(3)
Aan de workshop werden bijdragen geleverd door de kunstenaars Driessens & Verstappen en Arnoud Holleman, en de professoren Gittenberger-de Groot, Hoofd van de afdeling Anatomie en professor Bakker van het Klinisch Genetisch Centrum. De bijeenkomst heeft een stevige basis gevormd voor het kunstproject en daaraan richting gegeven. De gezamenlijke interesse ging niet uit naar het ethisch bevragen van onderzoek, of naar een samenwerking tussen wetenschappers en kunstenaars. De voorkeur ging uit naar een kunstproject opgezet vanuit de gedeelde fascinatie voor de betreffende onderzoeksgebieden en Driessens & Verstappen kregen opdracht voor een schetsontwerp.
Achterhaalde romantiek
Erwin Driessens en Maria Verstappen zijn beeldend kunstenaars, die samenwerken vanuit een interesse in biologie, artificiële intelligentie en meta-creativity. Onder Meta-creativity verstaan zij een bewuste distantie ten aanzien van het concept van individuele expressie.
" (…) het idee dat alleen een kunstenaar tot artistieke expressie kan komen, is achterhaalde romantiek. De machine, in het bijzonder de gecomputeriseerde machine, is veel beter in staat om een pure beleving aan te bieden dan een direct door een mens gemaakt kunstwerk. (…) de mens heeft immers een beperkt voorstellingsvermogen en is geneigd z’n intuïtie te vertrouwen. Als je je als kunstenaar daartoe beperkt betekent dat in feite dat je werkt met hetgeen je al kent". (4)
Veel van het werk van Driessens & Verstappen bestaat uit beeldgenererende processen. Zij ontwikkelen die zelf, zoals een ontwerp voor speciale software, maar maken ook gebruik van bestaande processen: fysisch, chemisch of digitaal. Deze generatieve mechanismen zijn er steeds op gericht (bestaande) verschijnselen zichtbaar te maken.
Hun invalshoek als kunstenaars omschrijven ze als onderzoek via het kijken. Als voorbeeld noemen ze het lezen van modellen, wat mogelijk is vanuit verschillende ‘vocabulaires’. De gerichtheid en kennis van de beschouwer bepaalt wat hij ziet. Naast het lezen van bestaande ‘beelden’ zijn ze geïnteresseerd in de totstandkoming van nieuwe. Op verschillende manieren hebben zij beelden laten ontstaan op basis van informatie, vanuit de vraag of hetgeen bevattelijk is in theorie, ook in beeld te vatten is.
Voor het LUMC ontwikkelden zij E-volver, een interactieve ‘beeld-kweek-machine’ die een dynamische beeldenstroom op gang brengt in het gebouw. De kunstenaars schreven een programma voor de opbouw van bewegende digitale beelden. Per beeld worden acht verschillende virtuele ‘wezentjes’ geactiveerd. Elk wezentje, een artificiële ‘cel’ van één pixel groot, is vergelijkbaar met een individu met eigen karakteristieken. Het gedrag op het beeldscherm en de reactie op de omgeving ligt besloten in de genetische code. Zo ontstaan veelkleurige bewegende patronen die doen denken aan zowel microscopische als aan kosmische processen. Het programma draait in de kweek-units, geplaatst op verschillende plekken in het gebouw, waar de gebruikers van het gebouw richting kunnen geven aan het evolutieproces. Door de beelden te verkennen en te beoordelen, en via het touchscreen een voorkeur tot uitdrukking te brengen, vindt selectie plaats. De kweken die hoog scoren zijn ook te zien op een plasmascherm bij de ingang van het gebouw. Verder zijn er zes grote prints gemaakt en verspreid opgehangen door het gebouw. Een serie screensavers is opgenomen in de publicatie E-volver. (5)
Humane genetica, erfelijkheidsonderzoek en stamcellenonderzoek zijn alle onderzoeksgebieden in het Onderzoeks- en Onderwijsgebouw van het LUMC die raken aan de coderingen van het menselijk informatiesysteem en de wijzen waarop deze tot uitdrukking komen. Zij vinden een parallel in het kunstproject E-volver dat kunstmatige levensvormen genereert in de vorm van prachtige digitale beeldreeksen, en bloot stelt aan een proces van variatie en selectie. De gebruikers van het gebouw hebben een belangrijke rol in dit project, dat in gelijke mate wordt aangestuurd door henzelf, de kunstenaars en de computer.
Mariska van den Berg
Noten
1. Anna Tilroe, ‘Het vloeibare universum,davidkremers’. In Het blinkende stof. Op zoek naar een nieuw visioen, Querido 2002.
2. Taco Stolk is conceptueel kunstenaar en hoofd van de xFac, de ExtraFaculteit van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag. Hij beweegt zich in het grensgebied tussen technologie, wetenschap en kunst.
3. Arie Altena, ‘Kleien met DNA’. In Metropolis M, nr.4 2003.
4. Anna Tilroe, ‘De kietelrobot. Kunst en artificiële intelligentie’. In NRC Handelsblad 19 oktober 2001, Cultureel Supplement p.7.
Bij het project hoort de publicatie E-volver met een tekst van Klaas Kuitenbrouwer, een handleiding voor de kweek-units en op dvd een aantal screensavers. De publicatie is beschikbaar voor medewerkers van het LUMC en op verzoek verkrijgbaar bij SKOR.
Projectgegevens:
Kunstenaars: Driessens & Verstappen
Opdrachtgever: LUMC
Locatie: Onderzoeks- en onderwijsgebouw, Einthovenweg 2, Leiden
Oplevering: april 2006
Stichting Kunst en Openbare Ruimte