Column The Buggers – Positie #14

OPEN 10: (In)tolerantie. Vrijheid van meningsuiting in kunst en cultuur
Geen vertoog lijkt momenteel zo uitgehold als dat over tolerantie en vrijheid van meningsuiting: in de westerse cultuur, en niet in de laatste plaats de Nederlandse, zijn die verlichte concepten nauwelijks nog in staat betekenissen te genereren die ons allen aangaan én aanstaan. Door alle politieke geledingen heen torpederen grote en kleine controverses het traditionele consensusmodel van de democratie, en doorkruisen het publieke domein. De formele en informele codes, regels en afspraken die onze vrijheden en rechten binnen dat domein bepalen, werken niet goed meer. Het effect hiervan zou je soms cartoonesk kunnen noemen, als er niet zoveel echte doden bij vielen.
The fire, the fire is falling! (1)
Met de formulering van zijn concept ‘repressieve tolerantie’ legde Herbert Marcuse een belangrijke manipulatie- en beheersingsstrategie in onze consumptiemaatschappijen bloot. Repressieve tolerantie, stelt Marcuse in zijn omstreden analyse uit 1965,(2) is schijntolerantie die enkel dient om de status-quo te handhaven. Een perversie van echte tolerantie. Het doel ervan is het onschadelijk maken van oppositie door die te vangen in politieke, economische en culturele systemen die al volledig in handen zijn van de gevestigde orde. Democratie, vrije markt, vrijheid van meningsuiting en tolerantie – ooit zelf revolutionaire doelen maar inmiddels dekmantels van repressieve, exploiterende en totalitaire systemen – zijn de valse noemers waaronder oppositie wordt ingelijfd en geneutraliseerd. En eenmaal opgeslokt door systemen waar de dienst in werkelijkheid wordt uitgemaakt door grote corporaties, banken, investeringsmaatschappijen, het militair-industrieel complex en hun geheime diensten, is iedere oppositie tandeloos en verwordt tot een karikatuur van zichzelf. Zo zijn onze democratieën niet meer dan geënsceneerde mediaspektakels die de werkelijke machtsverhoudingen verhullen en beschermen, fungeert het vrije marktprincipe als excuus voor monopolistische concentraties, en is zelfs het woord ‘revolutionair’ al zo ingeburgerd in de reclamewereld dat het krachteloos is geworden en moet worden vervangen door ‘fuck’ (althans volgens revolutionair Jerry Rubin(3) voordat hij zelf ten prooi viel aan repressieve tolerantie).
Met zijn analyse schetste Marcuse impliciet hoe de counter culture,(4) waarvan hij een van de kopstukken was en die in 1965 nog springlevend leek, ten onder zou gaan. Dat werd hem destijds niet in dank afgenomen. 'We didn’t care for Marcuse’s lectures on how the revolution was going to be co-opted', herinnert zich John Sinclair, voormalig leider van de radicale White Panther Party. 'We were too deeply involved in what we were doing and having a lot of fun doing it.' Maar Marcuse kreeg nog tijdens zijn leven gelijk. Ten tijde van zijn dood in 1979 was de counter culture via een proces van repressieve tolerantie al vrijwel geheel opgegaan in de gevestigde cultuur. Een geknechte Iggy Pop zong dat jaar: 'O baby, what a place to be, in the service of the bourgeoisie. Where can my believers be? I want to jump into the endless sea.'(5) Vijfentwintig jaar later was dat proces van annexatie zo volledig dat een ander kopstuk van de counter culture, de Franse kunstenaar en activist Jean-Jacques Lebel, constateerde: 'In het ergste geval is er bedorven culturele handelswaar over, dat geldt voor alle producties en superproducties die een zekere mate van succes kenden in de jaren tien, twintig, dertig, vijftig, of zestig, en die op dit moment in rook zijn opgegaan.'(6)
William Blake, Robert Desnos, William Burroughs, Sun Ra, The MC5, bedorven handelswaar? Zeker, het werk, leven, en gedachtengoed van visionairen en revolutionairen gaan als consumptie-artikelen over de toonbank. Voorbeelden daarvan te over. Daar staat tegenover dat vrijwel niemand kennis had kunnen maken met het werk van William Blake of Sun Ra als de verspreiding ervan bij de oorspronkelijke kleine en handmatig vervaardigde oplagen was gebleven. Het mes snijdt dus aan twee kanten: met de annexatie en commercialisering van werk uit de counter culture wordt op grote schaal materiaal verspreid dat de kiemen van subversie in zich draagt en het systeem van binnenuit aantast. Per slot van rekening laat niet alles zich inlijven. Dat geldt voor de weerbarstige kern van werkelijk visionair of revolutionair werk, maar natuurlijk in de eerste plaats voor geweld.
Via repressieve tolerantie – in de vorm van historisering, esthetisering en romantisering – mogen revolutionairen als The Weather Underground, de Rote Armee Fraktion en The Black Panthers dan zijn ingelijfd door academische en artistieke milieus (die in dat opzicht vaak een pioniersfunctie vervullen), het geweld waarvan zij zich bedienden blijft onverteerbaar voor de gevestigde orde. Geweld is een radicale breuk met iedere orde. Een trauma dat zich niet laat loochenen of converteren maar zich alleen laat herhalen tot het onderliggende conflict daadwerkelijk is beslecht. Volgens Andreas Baader, een van de revolutionairen die zich door Marcuse lieten inspireren, legt het doorbreken van het geweldsmonopolie van een staat het ‘fascistisch-repressieve’ karakter van de rechtsorde bloot. Geweld ontwricht en ontmaskert. Laat eenieder die zich ervan wil bedienen zijn flessen met benzine vullen en de overigen in onschuld hun handen laten besnuffelen door politieagenten en veiligheidsbeambten.(7)
'Remembrance of the past may give rise to dangerous insights, and the established society seems to be apprehensive of the subversive contents of memory', schrijft Marcuse in One Dimensional Man.(8) Een eerste stap in de herpositionering van de counter culture is dan ook het inventariseren en analyseren van revolutionair en visionair werk uit het verleden. Daaruit zal al snel blijken dat de counter culture alleen levensvatbaar is indien die zowel gewelddadige als niet-gewelddadige elementen bevat: zonder geweld geen omwenteling en zonder visionairen geen alternatieve samenleving. Van die elementen zijn alleen naakt geweld en visionair werk dat werkelijk in staat is andere werelden op te roepen, ongevoelig gebleken voor repressieve tolerantie. De keuze om de gevestigde orde op de knieën te dwingen is dan ook die tussen een molotovcocktail en Sun Ra’s “living blazing fire, so vital and alive … (9)
1. Uit A Song of Liberty van William Blake, 1792-1793.
2. Herbert Marcuse, Repressive Tolerance (1965), gepubliceerd in: Robert Paul Wolff, Barrington Moore jr. en Herbert Marcuse, A Critique of Pure Tolerance (Boston: Beacon Press, 1969).
3. Jerry Rubin, Do it! Scenarios of the Revolution (New York: Simon & Schuster, 1970).
4. De term ‘counterculture’ werd voor het eerst gebruikt door de Amerikaanse historicus Theodore Roszak in The Making of a Counter Culture (1968), maar wordt hier in een breder, minder academisch, en minder pacifistisch verband gebruikt, en omvat tevens de 20st-eeuwse avant-garde en zijn voorlopers.
5. Iggy Pop, The Endless Sea, verschenen op het album New Values (Arista, 1979).
6. Jean-Jacques Lebel, Tempo van de oneindige onrust, verschenen als nawoord in Beroofd door de ruimte van Henri Michaux (Rotterdam: Sea Urchin, 2004).
7. Deze geavanceerde opsporingstechniek werd toegepast door de Franse politie en veiligheidsdienst tijdens de ongeregeldheden in de banlieues van oktober 2005.
8. Herbert Marcuse, One Dimensional Man (Londen: Routledge & Kegan Paul Ltd, 1964).
9. Uit Sun Ra’s gedicht There, afgedrukt op de hoes van het album The Heliocentric Worlds of Sun Ra II (ESP, 1966).
Stichting Kunst en Openbare Ruimte





