Jorinde Seijdel, Redactioneel Geheugen(loos)

OPEN 7 Geheugen(loos). Bewaren en herinneren in hedendaagse Kunst en cultuur
De huidige inrichting en ervaring van het publieke domein wordt in grote mate bepaald door de spanning tussen individuele en collectieve, oude en nieuwe, autochtone en allochtone geheugens. Binnen het publieke domein moeten daarom de invulling, het beheer en de plek van het geheugen dringend opnieuw onderzocht worden. Hoe kan op actieve wijze gebruik worden gemaakt van de informatie die is opgeslagen in de actuele 'geheugenplekken'? Wat is hierin de rol van de kunst? Is er nog een collectief herdenken mogelijk? Hoe kan het cultureel erfgoed worden ontsloten zonder van stad en land één groot openluchtmuseum te maken? En wat zijn de implicaties van nieuwe media en digitale opslagtechnologieën voor het sociale en historische proces van bewaren en herinneren?
De ondertitel van de nieuwe OPEN luidt: ‘cahier over kunst en het publieke domein’. Een cahier over kunst en het publieke domein gaat niet per se of uitsluitend over kunst in de openbare ruimte. De fysieke interpretatie die vaak aan ‘kunst in de openbare ruimte’ wordt gegeven, lijkt te beperkt. In de nieuwe OPEN wordt de openbare ruimte opgevat als onderdeel van het grotere gebied van openbare meningsvorming en publiek leven, een gebied dat meerdere vormen kan aannemen. Daarbinnen beschouwt OPEN de kunst niet als geïsoleerd verschijnsel, maar als medeplichtige of medeverantwoordelijke, en in relatie tot andere aan het publieke domein betekenisgevende disciplines en ontwikkelingen. Dit impliceert niet dat OPEN een interdisciplinair cahier is, maar wel dat er ruimte gemaakt wordt voor thema’s, visies en invalshoeken die soms dwars door de verschillende gebieden heengaan. Zoiets lijkt urgent in een tijd waarin alle opvattingen over openbaarheid herzien worden.
Vanuit deze zienswijze verkent OPEN 7 de huidige status van het geheugen binnen de kunst en het publieke domein. Het publieke en collectieve herinneringsvermogen is bepaald niet statisch of neutraal, maar onderhevig aan sociaal-culturele, historische, politieke en technologische krachten, die de condities en limieten ervan steeds opnieuw bepalen en het geheugen steeds opnieuw con???gureren. De actuele cultuur lijkt evenzeer in de ban van het bewaren en herinneren, als van het weggooien en vergeten. Cultureel erfgoed is een topic van belang, evenals het zoeken naar werkzame gedenktekens en eigentijdse monumenten. De technologie verzekert een onbeperkte opslagruimte voor informatie en data. Maar tegelijkertijd lijken de media- en consumptiecultuur een geheugenloosheid en vluchtigheid in de hand te werken die er voor zorgen dat alles steeds opnieuw lijkt te beginnen.
Het hedendaagse pluriforme en postideologische publieke domein wordt niet geschraagd door één bindend collectief geheugen, maar door talloze materiële en immateriële geheugens. Deze korte- en langetermijngeheugens bestrijden of overlappen elkaar. De huidige inrichting en ervaring van het publieke domein worden mede bepaald door de spanning die er bestaat tussen individuele en collectieve, tussen oude en nieuwe, tussen autochtone en allochtone geheugens. Binnen het publieke domein heeft het geheugen (de invulling, het beheer of de plek ervan) invloed op de wijze waarop wij elkaar, onszelf, ons verleden en onze toekomst zien. Wie de geheugens en archieven van een samenleving beheert, controleert ruimte en tijd. Precies hierom is het toegankelijk houden en delen ervan een zaak die iedereen aangaat.
Hoe kan op actieve wijze gebruik worden gemaakt van de informatie en de herinneringen die zijn opgeslagen in de actuele ‘geheugenplekken’? Wat is hierin de rol van de kunst? Is er nog zoiets als collectief herdenken mogelijk? Hoe kan het cultureel erfgoed worden ontsloten zonder van stad en land een openluchtmuseum te maken? En wat zijn de implicaties van nieuwe media en digitale opslagtechnologieën voor het sociale en historische proces van bewaren en herinneren?
In OPEN 7 analyseert Rudi Laermans het huidige ‘erfgoedregime’, terwijl Frank van Vree onder meer de politieke betekenis van het hedendaagse monument onderzoekt. Cor Wagenaar pleit ervoor om tijd als instrument te gebruiken in het Belved¯re-beleid, waarin de cultuurhistorie als inspiratiebron dient bij de ruimtelijke inrichting van Nederland. De Duitse mediatheoreticus Wolfgang Ernst betoogt hoe het archief in een digitale cultuur letterlijk metafoor wordt. Jorinde Seijdel onderwerpt het beeldarchief van Bill Gates aan nadere inspectie, terwijl Sven Lütticken schrijft over het complot van de openbaarheid dat in de massamedia werkzaam zou zijn. Geert Lovink interviewde kunstenaar en archivaris Tjebbe van Tijen over diens project Unbombing the World 1911–2011, dat tot doel heeft luchtbombardementen overal ter wereld in kaart te brengen.
Bij deze OPEN zit een losse bijlage, vormgegeven door Lonnie van Brummelen, met een tekst over identiteit en lokaal geheugen, getiteld ‘Wij’, van kunstenaar Arnoud Holleman, die geschreven werd naar aanleiding van het project Proeftuin Twente. Daarnaast staan in OPEN 7 kortere teksten die direct uit de praktijk voortkomen of aan (kunst)projecten gebonden zijn, en werd de boekenrubriek uitgebreid. Er is een verhaal van fotograaf/schrijver Hans Aarsman, en de column over kunst als openbare ruimte werd geschreven door ???losoof Henk Oosterling. Nico Bick fotografeerde voor OPEN enkele archieven, waaronder het Gemeentearchief van Amsterdam en het Nationaal Archief in Den Haag. Van Barbara Visser is een brief gepubliceerd die ze schreef in het kader van Sternet, het tot ‘jong stedelijk erfgoed’ benoemde netwerk van twaalf distributiegebouwen van de voormalige PTT. Kunstenaars Joke Robaard en Nico Dockx maakten voor OPEN een bijdrage vanuit hun eigen preoccupaties met het archief.
Stichting Kunst en Openbare Ruimte





