Jorinde Seijdel, Redactioneel Hybride ruimte

OPEN 11 Hybride Ruimte. Hoe draadloze media de publieke ruimte mobiliseren
De publieke ruimte is een plek waar mensen handelen en een ‘gemeenschappelijke wereld vol verschillen’ creëren. Deze ruimte is ‘hybride’ van aard geworden: een verstrengeling van concrete en virtuele eigenschappen, van statische en mobiele domeinen, van publieke en private sferen, van globale en lokale interesses. De hybride ruimte wordt niet in de laatste plaats gevormd door draadloze, mobiele media als GSM, GPS, WI-FI en RFID. Deze media worden ingezet als controlemechanismen, maar ook als alternatieve gereedschappen ter vergroting en verscherping van het publieke handelen. Een select gezelschap in de kunst, vormgeving, architectuur & stedenbouw onderzoekt en beproeft de implicaties en mogelijkheden hiervan.
Filosofe Hannah Arendt omschreef de publieke ruimte als een plek waar mensen handelen en zo een ‘gemeenschappelijke wereld vol verschillen’ creëren. Maar waar manifesteert die ruimte zich tegenwoordig, dat algemeen toegankelijke domein waar mensen elkaar ontmoeten, een openbare mening vormen en aldus een vorm van politiek bedrijven? Op fysieke plekken als straten, pleinen en parken? In massamedia als kranten en televisie? Of op internet, in chatrooms en nieuwsgroepen? Het publieke speelt zich in toenemende mate af op al die plekken tegelijk en is in die zin bij uitstek ‘hybride’ van aard geworden: een verstrengeling van concrete en virtuele eigenschappen, van statische en mobiele domeinen, van publieke en private sferen, van globale en lokale interesses.
De configuratie van de hybride ruimte ondergaat momenteel een krachtige impuls van draadloze en mobiele technologieën als GSM, GPS, WI-FI en RFID, die niet alleen het fysieke en virtuele, maar ook het private en publieke verhevigd in elkaar doen overlopen. En hoewel wij hier in het dagelijks leven schijnbaar soepel mee omgaan, wordt in debatten over ruimtelijke ordening of over sociale cohesie, of in culturele analyses nog vaak buiten beschouwing gelaten dat het gebruik van die draadloze media het statuut van de publieke ruimte verandert. Ze kunnen ingezet worden als nieuwe, controlemechanismen, maar ook als alternatieve gereedschappen ter vergroting en verscherping van het publieke handelen – of het nu om feesten, evenementen of ontmoetingen gaat, of om acties, rellen en demonstraties. Draadloze media maken een letterlijke en figuurlijke ‘mobilisering’ mogelijk van de publieke ruimte, die dan niet langer statisch is en die individuen of groepen op een nieuwe manier inzetbaar maakt.
Open 11 gaat specifiek over de implicaties voor het publieke handelen van die mobiele media, en daarmee ook over de publieke dimensies van de hybride ruimte. Het nummer kwam tot stand in samenwerking met gastredacteur Eric Kluitenberg, theoreticus, schrijver en organisator op het gebied van cultuur en technologie. In zijn inleidende essay vraagt hij zich af hoe in de hybride ruimte, die wordt getekend door onzichtbare informatietechnologie, een kritische stellingname mogelijk is. Samen met Howard Rheingold, auteur van ondermeer het befaamde Smart Mobs: The Next Social Revolution (2002), schreef Kluitenberg tevens een pamflettistische tekst over het recht en het vermogen tot ‘disconnectiviteit’ en afsluiting; dat wil zeggen over het niet verbonden zijn met het ‘netwerk van golven’ als vorm van handelen.
Experimenteel omgaan met en reflecteren over nieuwe draadloze, mobiele media en de hybride ruimte gebeurt op kleine schaal en door een select gezelschap in de kunst, vormgeving, architectuur & stedenbouw. Sociologe en econome Saskia Sassen beschouwt in haar essay voor Open de mogelijkheden van artistieke praktijken om, binnen de geglobaliseerde netwerksteden, een type publieke ruimte te ‘maken’ dat het lokale en tot zwijgen gebrachte zichtbaar kan maken. Architecten Frans Vogelaar & Elizabeth Sikiaridi geven in Soft Urbanism aan de hand van hun projecten voor het Duitse Ruhrgebied een visie op hoe urbanisme en architectuur gecombineerd kunnen worden met informatie- en communicatienetwerken. De onderzoekers van het designproject Logo Parc geven een kritische analyse van het ‘post-publieke’ en hybride Amsterdamse Zuidas-gebied en doen voorstellen voor experimentele ontwerpstrategieën.
Assia Kraan schrijft over de wijze waarop ‘locative arts’ – kunst die gebruik maakt van locatie- en tijdbewuste ‘locative’ media als GPS – in de stedelijke ruimte een publiek handelen kunnen stimuleren. Het locative media-project Droombeek wordt apart besproken door Arie Altena. Max Bruinsma analyseert OptionalTime van Susann Lekås en Joes Koppers. Klaas Kuitenbrouwer gaat in op de culturele en maatschappelijke mogelijkheden van RFID. De kunstenaars/ontwerpers Kristina Andersen en Joey Berzowska belichten de sociale mogelijkheden van draagbare technologie in kleding.
In de column overdenkt Noortje Marres het (on) vermogen van het publiek tot handelen en de rol van de media daarin. De Duitse publiciste Marion Hamm doet in haar tekst verslag over de Critical Mass-fietstocht in Londen in 2005. Deze fietstocht, een politiek actiemiddel gericht tegen de neoliberale globalisering, werd in even grote mate op internet, met name door Indymedia, beleefd en voorbereid als in de fysieke ruimte.
Het interview van Koen Brams en Dirk Pültau met de Vlaamse televisiemaker Jef Cornelis is onderdeel van een groter onderzoeksproject aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht naar diens werk én geeft aan het thema van Open 11 tevens een historische dimensie. Het gesprek gaat over de condities van TV als publiek medium en de veranderingen van de stedelijke openbare ruimte die Cornelis in zijn vroege films als Mens en Agglomeratie (1966) en De Straat (1972), signaleerde.
Bij deze Open is de CD ROM Amsterdam Realtime – een dagboek in sporen gevoegd. Dit GPS-project van kunstenaar Esther Polak in samenwerking met Jeroen Kee en Waag Society uit 2002 over mobiliteit en ruimte is binnen de ‘locative arts’ inmiddels een klassiek referentiepunt.
Het ontwerp- en kunstcollectief De Geuzen maakte op uitnodiging van Open de bijdrage Mobiel Werk die deels in de cover verstopt zit.
Stichting Kunst en Openbare Ruimte






