Geert van de Wetering, Hot Spot. Aanzet tot innovatie van publieke omroep

De opkomst van informele media
Hoe zoekmachines, webslogs, YouTube en Second Life de publieke meningsvorming veranderen
De media waarmee nieuws en kennis worden vergaard en uitgewisseld zijn de laatste jaren sterk uitgebreid. Weblogs, geavanceerde zoekmachines, virtuele omgevingen als Second Life, fenomenen als MySpace, Hyves, Flickr en YouTube bieden nieuwe tools, communicatiemogelijkheden, sociale netwerken en platforms voor publiek debat. Het gaat om informele media die grotendeels worden geprogrammeerd, ingevuld en uitgezonden door de gebruiker. Dit in tegenstelling tot conventionele macromedia als televisie en pers, die meer institutioneel bepaald worden. In dit nummer wordt onderzocht wat hiervan de implicaties zijn voor de publieke sfeer. Er worden onder meer vragen gesteld over de omgang met nieuws en kennis op internet, over de condities van onze alledaagse mediapraktijken en over de mogelijkheden voor kunstenaars werkzaam te zijn in een cultuur waarin de grenzen tussen maker en gebruiker, tussen amateur en professional, vervagen.
“Tell me something I don’t know.??? Zo luidde de ondertitel van het voorstel dat Bregtje van der Haak, programmamaker bij de VPRO, stuurde naar de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep. Vertel me iets dat ik nog niet weet. Verras me. Ontroer me. En bovenal, inspireer me met nieuwe ideeën en bevlogen mensen. Deze opdracht vormt de kern van het initiatief dat sinds januari van dit jaar Hot Spot heet en doorloopt tot in 2008. Na een intensieve voorbereiding waarbij Bregtje van der Haak de hulp inriep van Martijn de Waal en ondergetekende werden de contouren van het project zichtbaar. Hot Spot is een informele, creatieve club voor programmamakers van alle publieke omroepen, die regelmatig bijeenkomsten organiseert op wisselende locaties. Doel is om nieuwe ideeën op te doen en van gedachten te wisselen met de blik gericht op de toekomst. Er worden avonden georganiseerd rond een centraal thema, waarbij wordt ingegaan op nieuwe technologieën, maatschappelijke trends worden onderzocht en bruikbare ideeën geleend uit disciplines als mode, vormgeving en beeldende kunst voor toepassing in publieke media. De avonden bestaan uit presentaties en discussies. Bekende en onbekende gasten spreken over hun eigen werk en hun ideeën, vaak over een work in progress. Getoond worden avant-premières, pilots en rushes, maar ook websites en powerpoints.
De bijeenkomsten willen een aanzet geven tot een ‘publieke televisiecultuur', een televisiecultuur die werkelijk ‘publiek’ is met een werkelijk democratische betekenis en niet gebaseerd op kijkcijfers. Het denken over de publieke omroep is teveel verbonden geraakt met geld, macht, structuren en organisatiemodellen. Dat is niet goed voor de creativiteit van programmamakers, die het kapitaal zijn van de publieke omroep. Creativiteit is gebaat bij een open sfeer, uitwisseling van gedachten en een continu aanbod van nieuwe, inspirerende ideeën. Het is voor de toekomst van de publieke omroep belangrijk om ruimte te maken voor innovatie. En dus voor een gesprek over het vak. Wat willen we maken? Waarom? Voor wie?
Deze vragen stonden centraal tijdens de twee Hot Spot avonden die we voor de zomer hebben georganiseerd. De eerste, getiteld ‘The Art Show’, had als uitgangspunt de schoonheid van het oorspronkelijke idee. De aanwezigen konden kennis maken met innovatieve ideeën en met personen die ofwel zelf nieuwe ideeën bedenken, ofwel deze ideeën analyseren en beoordelen. Sprekers waren onder ander Gary Carter, chief creative officer bij FremantleMedia, een grote, internationale mediaproductiemaatschappij. Hij ging in op de zin en onzin van het zoeken naar the next big thing.
Tom Himpe, reclamemaker in Londen, gaf een presentatie over guerrilla advertising. Dit is het op alternatieve, sluikse en originele manier onder de aandacht brengen van een product. Niet alleen voor bedrijven van consumptiegoederen van belang, maar juist ook voor programmamakers die zich in een immer uitbreidend media-universum steeds beter moeten profileren om de aandacht van de kijker of luisteraar te krijgen.
In het kader van de themaweek ‘Wij zijn de baas’, over het belang van de democratie (oktober, 2007) werd een tweede Hot Spot avond georganiseerd over de vraag: hoe breng je als publieke omroep een zinvol publiek debat tot stand met gebruikmaking van de nieuwste technologische verworvenheden? De essentie van een democratie is immers dat er een vrije en publieke discussie mogelijk is die ook daadwerkelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van een samenleving. Daartoe werd een aantal gasten uitgenodigd die samen met de programmamakers ideeën konden ontwikkelen om dit publieke debat vorm te geven. Onder de gasten bevonden zich coördinatoren van populaire weblogs over politiek, kunstenaars, mediafilosofen, technici en gameontwikkelaars.
Tijdens de crossmediaweek Picnic vond een groot Hot Spot evenement plaats over virtuele werelden. Samen met productiebedrijf Submarine was er een programma samengesteld over de mogelijkheden die games en virtuele werelden zoals Second Life bieden aan programmamakers om een nieuw publiek aan te spreken en nieuwe vormen te vinden voor het vertellen van verhalen.
Toekomstige Hot Spot bijeenkomsten zullen thema’s als civic journalism, nieuwe narratieve vormen en etnische diversiteit behandelen.
Naast het organiseren van deze avonden wil Hot Spot kortstondige of langdurende allianties aangaan met verschillende partners. Dat kunnen culturele instellingen zijn, platforms voor nieuwe media, festivals, zoals Picnic, Nieuw Akademia, Submarine, die zich allemaal met het organiseren van cross media projecten bezighouden, maar ook bijvoorbeeld een tijdschrift. Dit nummer van Open is daar een voorbeeld van.
Open nummer 13 richt zich op de vraag hoe het 'publieke programma' aan het veranderen is door de effecten van globalisering en digitalisering. Dit supplement spitst zich toe op de vraag hoe de publieke media reageren op nieuwe, meer informele en individueel gerichte communicatietechnologieën, mobiele media, mediaformats en mediastrategieën. Geprobeerd wordt de soms enigszins abstracte ontwikkelingen terug te brengen naar het concrete niveau van de praktijk: wat betekenen deze verschuivingen voor de programmamaker? Hoe dient hij om te gaan met een publiek dat niet alles voor zoete koek aanneemt, hoe kan hij het publiek inzetten om zijn programma positief te beïnvloeden?
Dingeman Kuilman, directeur van de Premsela Stichting, platform voor Nederlandse vormgeving, vergelijkt in zijn column twee manieren om de televisie te gebruiken: als een medium dat registreert (de camera obscura) en als een medium dat creëert (de laterna magica). Naar zijn mening is de televisie te veel verworden tot een medium dat de wereld om ons heen slechts registreert. De televisie schept geen eigen wereld meer die ons in verwondering achterlaat. Hij vraagt zich af waarom de huidige programma’s op creatief vlak zo achter blijven.
Dat de programmamaker beter zijn best moet doen staat buiten kijf. Dat hij daarvoor de ruimte moet krijgen van moedige managers is ook duidelijk. Maar zullen ze dan ook de kritiek krijgen die ze verdienen? Vele programmamakers hekelen de beschouwingen over hun uitzendingen in dag- en weekbladen. Niet omdat ze louter negatief zijn, maar omdat ze vaak zo weinig getuigen van inzicht in televisie en radio. De critici beperken zich voornamelijk tot wat er wordt gezegd of gedaan door wie in welk programma. Een doorwrochte analyse van hoe een programma in elkaar zit, hoe het is gemonteerd of hoe het wordt beleefd, ontbreekt.
Dit laatste komt aan de orde in het artikel van de wetenschappelijke onderzoekers Irene Costera Meijer (mediastudies) en Maarten Reesink (televisiewetenschappen), beiden aan de Universiteit van Amsterdam. Uit hun inhoudsanalyse blijkt dat tv-critici in dagbladen zeer eenzijdig te werk gaan: ze hebben weinig aandacht voor de commerciële omroepen en een overmatige aandacht voor journalistieke en culturele programma’s. De meeste stukken bestaan uit strikt persoonlijke meningen die vrijwel uitsluitend betrekking hebben op de inhoud van het programma-aanbod. Er is niet of nauwelijks aandacht voor de esthetiek of de impact van de tv-programma’s. Volgens Costera Meijer en Reesink zouden critici dan ook een ervaringsgericht vocabulaire moeten ontwikkelen om een programma anders te beoordelen.
Maar het begint natuurlijk bij de maker. Juist hij/zij dient een mentaliteitsverandering te ondergaan. Waar traditionele programmamakers hun publiek vooral willen informeren, daar willen ‘nieuwe’ makers vooral communiceren met hun publiek. Mediafilosoof Bas Könning kan deze nieuwe rol niet vaak genoeg benadrukken. In het interview in dit nummer zegt hij: “Men is tegenwoordig veel minder gevoelig voor de status-quo. En dat is het gevolg van de enorme groei van het aanbod en de informatiestromen. De gebruiker/kijker/luisteraar is niet meer afhankelijk van jou, maar andersom. Sterker nog: de wereld kan over jou discussiëren zonder jou. Dat is voor veel programmamakers even wennen.??? Heb je een nieuw idee voor een programma, begin direct een eigen blog. Dat is het dwingende advies van Könning. Geef inzage in het wordingproces en je creëert niet alleen je toekomstige publiek, maar de kans dat je nieuwe wegen bewandelt als gevolg van suggesties van lezers van je blog is groot. Het mes snijdt dus aan twee kanten.
Dit was ook de ervaring van de hoorspelschrijver Bert Kommerij. Hij werd, zoals hij het zelf verwoordt “het internet opgeschopt door de omroep waarbij hij werkt. Van de RVU kreeg hij de opdracht onderzoek te doen naar de vraag hoe mensen grip op hun leven krijgen. En hoe ze dat houden. En welke rol internet daarbij speelt. Voor dit supplement verzorgde hij de beeldbijdrage Flick Radio – Makes my world feel real. Deze bijdrage is gebaseerd op de gelijknamige ‘werklog’ (www.flickradio.nl), die hij samen met Marco Raaphorst (muziek en sounddesign) en Pepijn Kortbeek (montage) maakt. Hierin maakt hij het verschil tussen script en blog steeds kleiner. Hij maakt van zichzelf een personage en geeft zijn nieuwe digitale vrienden een stem.
Met de bijdragen in dit supplement hopen we een helder beeld te geven van de verschuivingen in mediaproductie, distributie en consumptie. Hoewel de processen die aan deze verschuivingen ten grondslag liggen vaak complex van aard zijn, betekent dit niet dat de inspanningen die je je als programmamaker moet getroosten enorm zijn. Het draait vooral om een verandering van houding tot het publiek. Het publiek is niet langer een anonieme ontvanger, maar het publiek praat terug en denkt mee. Het publiek is zelf ook producent. Daar kan je als programmamaker je voordeel mee doen.
Stichting Kunst en Openbare Ruimte