Geert Lovink, Nihilisme en het nieuws. Blogging als mentale conditie

De opkomst van informele media
Hoe zoekmachines, webslogs, YouTube en Second Life de publieke meningsvorming veranderen
De media waarmee nieuws en kennis worden vergaard en uitgewisseld zijn de laatste jaren sterk uitgebreid. Weblogs, geavanceerde zoekmachines, virtuele omgevingen als Second Life, fenomenen als MySpace, Hyves, Flickr en YouTube bieden nieuwe tools, communicatiemogelijkheden, sociale netwerken en platforms voor publiek debat. Het gaat om informele media die grotendeels worden geprogrammeerd, ingevuld en uitgezonden door de gebruiker. Dit in tegenstelling tot conventionele macromedia als televisie en pers, die meer institutioneel bepaald worden. In dit nummer wordt onderzocht wat hiervan de implicaties zijn voor de publieke sfeer. Er worden onder meer vragen gesteld over de omgang met nieuws en kennis op internet, over de condities van onze alledaagse mediapraktijken en over de mogelijkheden voor kunstenaars werkzaam te zijn in een cultuur waarin de grenzen tussen maker en gebruiker, tussen amateur en professional, vervagen.
De weblog, of blog, is de opvolger van de internet-homepage uit de jaren negentig. Weblogs zijn deels privé (on line dagboek), deels openbaar (PR-management van degene in kwestie). Volgens een grove schatting van Blogherald zijn er wereldwijd 100 miljoen blogs. In de eerste helft van 2007 telde Technorati 70 miljoen blogs. Het is vrijwel onmogelijk in het algemeen iets over hun 'aard' te zeggen. In plaats van ze in te delen naar genre zal ik de onmogelijke taak trachten uit te voeren een 'algemene theorie van het bloggen' te formuleren, uitgaande van de software en de menukeuzes waar iedere blogger mee te stellen krijgt. De techno-determinist moet de wetenschappelijk-correcte neiging onderdrukken om in categorieën te denken. Blogs zijn in de eerste plaats een special effect van de onderliggende software-architectuur, ongeacht of er wordt gekletst over katten, chocolade of de oorlog in Irak.
In plaats van te bekijken wat blogs voor de emancipatie kunnen betekenen of hun subculturele folklore te benadrukken, zie ik ze als deel van een voortgaand proces van 'massificatie' van het internet, na successievelijk de academische en de speculatieve fase. De leegte na de dotcom-crash heeft plaatsgemaakt voor grootschalige, gekoppelde gesprekken via vrij beschikbare, geautomatiseerde software met gebruiksvriendelijke interfaces. De blogosfeer appelleert aan een collectieve inzet om een publiek domein te creëren – een idee dat het internet vóór 1992 belichaamde maar dat verflauwde door de graaizieke 'virtuele klasse' die zich niet meer interesseerde voor de fijne details van het 'mediavraagstuk' en alleen meedeed om snel uitverkoop te kunnen houden en er dan uit te stappen.
Webdiensten zoals blogs kunnen niet los worden gezien van wat ze de wereld insturen. De strategie en esthetiek die door de eerste generatie bloggers is ontwikkeld, zal het medium de komende decennia blijven karakteriseren. De eerste blogs doken eind jaren negentig op, in de schaduw van aandacht trekkende on line diensten zoals e-commerce en de portal.2 De blogcultuur was nog onvoldoende ontwikkeld om te worden gedomineerd door de MBA-consultants met hun hysterische demo-of-sterf/nu-of-nooit-mentaliteit. De eerste blogs verschenen als informele gesprekken rond een link waarvan de marktwaarde moeilijk viel te taxeren. De blogs bouwden een relaxte parallelle wereld op en vormden zo kristallen (een term van Elias Canetti) waaruit miljoenen blogs voortkwamen, die rond 2003 hun kritieke massa bereikten.
Laten we eens kijken wat er precies gebeurt als we 'bloggen'. Een blog wordt doorgaans gedefinieerd als een regelmatig verschijnende, chronologische publicatie van iemands overpeinzingen en weblinks, een ratjetoe van wat iemand zoal beleeft en wat er op het web en in de wereld daarbuiten gebeurt.3 In een blog kunnen gemakkelijk nieuwe pagina's worden aangemaakt: plaatjes en tekst worden in een on line formulier gezet (doorgaans met titel, onderwerp en de tekst zelf) en vervolgens aan de blog toegevoegd. De gebruiker staart naar een leeg webformulier en begint zijn of haar gedachten op te schrijven. Heeft hij of zij er genoeg van, gemiddeld na zo'n 250 woorden, dan wordt er op ‘publiceer’ geklikt. Automatisch wordt het artikel dan aan de homepage toegevoegd, er wordt een nieuwe artikelpagina aangemaakt (een zogenaamde permalink) en het artikel wordt op datum en onderwerp in het archief gezet. Door de tags die de afzender voor elke bijdrage invult, laten blogs ons selecteren op datum, onderwerp, afzender, of andere eigenschappen. Zodoende kan de beheerder (meestal) ook andere schrijvers uitnodigen en toevoegen, die hij gemakkelijk toestemming en toegang kan verlenen.4
In de periode na 9/11 is het gat tussen internet en de maatschappij gedicht door het bloggen. Terwijl de dotcom-elite droomde van de drommen klanten die hun sites zouden bestormen, waren blogs de werkelijke katalysator achter de wereldwijde democratisering van het net. En omdat 'democratisering' ook voor 'meepratende burgers' staat, betekende het tegelijk normalisering (normering) en banalisering. We mogen deze elementen niet los van elkaar zien en alleen wat interessant is eruit pikken. Volgens Jean Baudrillard leven we in het “universum van de integrale werkelijkheid???. “Zo er in het verleden sprake was van een opwaartse transcendentie, dan is die tegenwoordig neerwaarts gericht. In zekere zin is dit de tweede ‘val van de mens’ à la Heidegger: de val in de banaliteit, zij het ditmaal zonder de minste kans op verlossing.???5 Als je niet tegen een hoge mate van irrelevantie kunt, zijn blogs vermoedelijk niets voor jou.
Relatie met nieuwsindustrie
Er wordt wel gedacht dat blogs een symbiotische relatie onderhouden met de nieuwsindustrie, maar daar is niet iedereen het over eens. Een Pew/internet-onderzoek naar blogs maakte duidelijk dat bloggers geïnteresseerd zijn in een breed scala aan onderwerpen. Het onderzoek concludeerde dat “37% van de bloggers zeggen dat hun blog voornamelijk handelt over ‘mijn leven en de dingen die ik meemaak’. Andere onderwerpen bleven daar ver bij achter: 11% van de bloggers richten zich op politiek en overheid; 7% op amusement; 6% op sport; 5% op nieuws in het algemeen en recente ontwikkelingen; 5% op zaken: 4% op technologie; 2% op religie, spiritualiteit en geloof; en verder zijn er nog kleine groepjes die zich richten op een specifieke hobby, een gezondheidsprobleem of ziekte.???6 Deze cijfers onderstrepen dat er geen vanzelfsprekende relatie bestaat tussen bloggen en nieuwsjournalistiek. Blogs omschrijven als 'burgerjournalistiek' is nobel, maar impliceert ook dat bloggers zichzelf zien als 'amateurs' of gemankeerde journalisten. Volgens mij is dat niet het geval. De verloren gegane discipline van de hypertext bijvoorbeeld suggereert andere motieven. Hypertext-kenners zien een verband tussen blogs en de hypercards uit de jaren tachtig, respectievelijk de vloedgolf aan on line literatuur uit de jaren negentig waarbij de lezer voornamelijk van document naar document zat te klikken. Als bloggen inderdaad om links draait, hebben ze wellicht gelijk. Maar om de een of andere reden heeft de hypertext-onderstroom z'n momentum verloren en wat overblijft is dat blogs en de nieuwsindustrie bijna als vanzelfsprekend in een adem worden genoemd.
De vraag of blogs binnen of buiten de media-industrie opereren is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Het medium blog in de nieuwsindustrie positioneren kan als opportunistisch worden aangemerkt, maar anderen zullen er een slimme carrièrestap in zien. En dan is er nog een 'tactisch' aspect. De blogger-annex-journalist kan door zijn benaming bescherming genieten in geval van censuur en repressie. Ondanks vele pogingen om blogs op te voeren als een alternatief voor de gevestigde media, worden ze vaak, en juister, omschreven als “kanalen die feedback geven???. Door “de wacht te houden??? bij de uitgang uit de gevestigde media (Axel Bruns) produceren blogs niet noodzakelijkerwijs zinnige commentaren die serieus worden genomen. De categorie 'ongevoelig' kent een grote variëteit, van dolkomisch tot knettergek, dieptriest en misselijkmakend. Wat CNN, kranten en radiozenders over de hele wereld hebben nagelaten, namelijk om open, interactieve berichten van hun achterban te integreren, doen blogs in hun plaats. Een nieuwsbericht 'bloggen' betekent niet dat de blogger in alle rust het discours en de context analyseert, of zelfs maar de feiten natrekt. Bloggen betekent niet meer dan middels een link snel even op nieuwe feiten wijzen met een korte uitleg waarom de blogger dit of dat weetje interessant of opvallend vindt, of het er niet mee eens is.
Ik zou blog-bijdragen willen omschrijven als haastig opgetekende overdenkingen rond een link of gebeurtenis. In de meeste gevallen beschikken bloggers domweg niet over de tijd, vaardigheid en financiële middelen voor degelijk onderzoek. Er bestaan wel collectieve onderzoeksblogs naar specifieke onderwerpen, maar dat zijn er niet veel. Gewone blogs creëren een dichte wolk van 'impressies' rondom een onderwerp. Blogs testen uit. Dankzij blogs kun je zien of je publiek nog wakker en geïnteresseerd is. In die zin kun je zeggen dat blogs de uitbestede, geprivatiseerde testgronden, of beter nog testeenheden,7 van de grote media zijn.
Nieuwe formats
Toch zijn de grenzen tussen de mediasfeer en de blogosfeer niet hard. Een nauwgezette sociale analyse zou waarschijnlijk een schemergebied blootleggen waarin freelance mediamakers zich vrijelijk heen en weer bewegen. Van begin af aan hadden journalisten van de 'oude' media vaak een eigen blog. Wat is dan precies de verhouding tussen blogs en de onafhankelijke onderzoeksjournalistiek? Op het eerste gezicht lijken het tegenovergestelde, of mogelijk aanvullende praktijken te zijn. Terwijl de onderzoeksjournalist maanden, zo niet jaren bezig is om een verhaal boven tafel te krijgen, hebben bloggers meer weg van een leger mieren dat bijdraagt aan de grote mierenhoop die de 'publieke opinie' wordt genoemd. Bloggers dragen zelden nieuwe feiten aan. Ze vinden fouten in producten en nieuwsberichten, maar doorzien zelden manipulaties, laat staan dat ze aan komen zetten met degelijke onderzoeksrapporten.
Cecile Landman, een Nederlandse onderzoeksjournalist die met de Streamtime campagne Iraakse blogs ondersteunt, kent beide werelden. “Journalisten moeten ook eten. Ze kunnen niet zomaar alles on line zetten. Bloggers lijken zich daar minder om te bekommeren, en dat geeft frictie.??? Volgens Landman verandert bloggen de bestaande formats voor informatie. “Mensen zijn uitgekeken op de bestaande formats, ze houden het nieuws niet meer bij, het blijft niet meer aan hun innerlijke geheugenstick kleven. Het is net als met een liedje dat je te vaak hebt gehoord, of een reclameboodschap. Je hoort het wel, je kunt de woorden zelfs meezingen, maar het betekent niets meer. De gevestigde media beginnen dit ook in te zien. Ze zullen op zoek moeten naar nieuwe formats om lezers (lees adverteerders) aan te trekken???8 – en blogs vormen slechts een klein radertje in deze transformatie.
Blogs zijn geen anonieme nieuwssites, ze zijn hoogst persoonlijk. Blog-software doet iets wonderbaarlijks: het construeert subjectiviteit. Als we bloggen, worden we (weer) een individu. Zelfs als we gezamenlijk bloggen, geven we nog gehoor aan de Roep van de Code om iets over onszelf als uniek wezen te vertellen. Blogs weten ons weg te lokken van de geschreven persberichten en onpersoonlijke observaties. Zoals Dave Winer het nauwgezet formuleerde, een weblog is “iemands eigen stem???. Het is eerder een digitale extensie van de orale traditie dan een nieuwe vorm van schrijven.9 Door bloggen is het nieuws geen toespraak meer, maar een gesprek geworden. Blogs hebben iets weg van geruchten en roddels, gesprekken in cafés en kroegen, op pleinen en in wandelgangen. Ze verslaan “de gebeurtenissen van die dag??? (Jay Rosen). Onze huidige 'registreerbaarheid' is inmiddels zo groot dat we ons niet druk meer maken over het feit dat computers al onze bewegingen en uitingen (geluid, beeld, tekst) 'lezen' en in reeksen nullen en enen 'schrijven'. In die zin passen blogs in de algemene trend waarin al onze bewegingen en activiteiten worden gevolgd en opgeslagen. In het geval van blogs gebeurt dit niet door een of andere onzichtbare en abstracte autoriteit, maar door de mensen zelf die over hun dagelijks leven berichten.10
Shocklogs
De bloghype van 2004, later overtroffen door de megahypes rond MySpace, YouTube en Second Life, kwam niet in de buurt van de dotcom-hysterie van eind jaren negentig. Het politieke en economische landschap was domweg te sterk veranderd. Wat mij in dit verband opviel was de vaak gehoorde opmerking dat blogs zo cynisch en nihilistisch waren. In plaats van deze beschuldiging weg te wuiven, deed ik er onderzoek naar en liet het hele systeem doorzoeken op beide begrippen om te zien of het inherente waarden waren die binnen de Blog Natie inmiddels algemeen aanvaard waren. In plaats van bloggers af te schilderen als “een legertje Davids???, zoals Instapundit blogger Glenn Reynolds suggereert,11 is het misschien zinniger de techno-mentaliteit van de gebruikers te bestuderen en niet voetstoots aan te nemen dat bloggers de underdog zijn die Goliath moeten en zullen verslaan. Een andere reden is de niet-aflatende populariteit van 'shocklogs' zoals GeenStijl hier in Nederland. In 2007 won GeenStijl voor de tweede keer de prijs voor de beste Nederlandse weblog.
De Nederlandse 'shocklogs' zijn een interessant subgenre van wat professionele optimisten als Dan Gillmor de “wij-media??? noemen. Shocklogs positioneren zich welbewust aan de rafelrand van de nieuwsindustrie. Het gaat hier om een participatiecultuur, maar eentje met een onwelkome, nare uitkomst. De shocklog-bijdragen worden geschreven om de grenzen af te tasten van de politiek-correcte consensuscultuur van de westerse media. Volgens een (verwijderde) bijdrage aan Wikipedia zijn shocklogs “weblogs die met schokkend en agressief taalgebruik spugen op recent nieuws, publieke figuren en instellingen. Schrijvers van shocklogs vatten hun commentaar vaak in provocerende en beledigende bewoordingen, en dat leidt vaak tot nog ergere commentaren, waarin bijvoorbeeld met verkrachting en moord wordt gedreigd.???12
De grootste shocklogs in Nederland zijn GeenStijl, Jaggle, Retecool en Volkomenkut. De aantallen bezoekers van deze sites variëren naar schatting van 25.000 tot 38.000 per dag. Deze shocklogs, ook wel 'treiterlogs' genoemd, plaatsen niet alleen stuitende berichten, maar trekken ook een groep mensen die graag lucht wil geven aan hun frustraties. Het zijn de doorsnee buitenstaanders die het idee hebben door het progressief-liberale establishment te worden buitengesloten. Met de gevoelige onderwerpen die de site aansnijdt, wordt vaak ingespeeld op de sentimenten die op dat moment in de Nederlandse samenleving leven, zeker wat betreft moslims en andere minderheden. Neem bijvoorbeeld de reactie op de berichten die geplaatst werden over de moord op de Nederlandse filmmaker Theo van Gogh in november 2004. Toen duidelijk werd dat de verdachte een Marokkaanse achtergrond had en zijn daad gemotiveerd was door zijn radicale islamitische geloofsovertuiging, raakten de discussies op verschillende shocklogs oververhit. De moord op Theo van Gogh, die er zelf ook een handje van had controversiële verklaringen op zijn blog te plaatsen, leidde tot talloze on line discussies met alleen maar vunzige en zelfs racistische commentaren.
Het is belachelijk om bloggers af te doen als een stelletje cynici en nihilisten. Cynisme is in deze context geen karaktertrek, maar een techno-sociale conditie. Het gaat er niet om of de meeste bloggers van nature of uit overtuiging cynisch zijn, of ordinaire exhibitionisten die onbekend zijn met het begrip understatement. Men moet oog hebben voor de tijdgeest waarin het bloggen zo'n massale vlucht nam. Netcynisme is een cultureel bijproduct van de blog-software, dat verankerd ligt in een specifiek gebied en de uitkomst is van handelingen zoals inloggen, linken, bewerken, aanmaken, bladeren, lezen, reageren, van een tag voorzien en antwoorden. Sommigen zullen alleen al in het gebruik van het woord cynisme een blogbeschimping zien. Het zij zo. Nogmaals, we hebben het hier niet over een mentaliteit en al helemaal niet over een gedeelde levensvisie. Netcynisme gelooft niet meer in de cybercultuur als de leverancier van een identiteit met bijbehorende waanvoorstellingen over het ondernemerschap. Het komt voort uit een kil inzicht in de postpolitieke conditie en uit de biecht zoals beschreven door Michel Foucault. Mensen wordt geleerd dat als ze bevrijd willen worden, ze “de waarheid moeten vertellen???, bij iemand te biecht moeten gaan (een priester, psychoanalist of weblog), en dat ze door die waarheid te vertellen op de een of andere manier bevrijd zullen worden.13 Exhibitionisme staat gelijk aan sterker worden. Hardop zeggen wat je denkt of voelt, in navolging van De Sade, is niet alleen een optie – in de liberale betekenis van een 'keuze' – maar een verplichting, de directe impuls om te antwoorden zodat je er ook bij hoort, bij alle anderen.
Er wordt in blogs naar de waarheid gezocht. Maar het is een waarheid met een vraagteken. De waarheid is een amateurproject geworden en geen absolute waarde meer die gesanctioneerd wordt van hogerhand. In een iets andere formulering van de algemene definitie kunnen we zeggen dat cynisme de onaardige manier is om de waarheid te poneren.14 Het internet is geen religie of missie op zich. Voor sommigen wordt het een verslaving, maar daar kun je net als van een ziekte van genezen. De post-dotcom/post-9/11 conditie komt dicht in de buurt van het 'gepassioneerde conservatisme', maar verwerpt uiteindelijk de kleinburgerlijke dotcom-moraal, inclusief de dubbele moraal als het gaat om liegen en bedriegen, een dubbele boekhouding bijhouden en dan beloond worden met een vet inkomen. De vraag is dus: hoeveel waarheid kan een medium blootleggen? Kennis is leed, en de voorstanders van de 'kennismaatschappij' hebben dat nog niet tot zich door laten dringen.
In de context van internet is 'het drama van de vrijheid' niet het kwaad, zoals Rüdiger Safranski meent, maar de trivialiteit. Die trivialiteit is een direct gevolg van alles wat er aan middelen vrijkomt voor degenen die toegang hebben tot een computer en internet. De persvrijheid in de achttiende tot de twintigste eeuw, zo die al bestond, had nog te stellen met een (relatief) tekort aan papier, drukpersen, radiofrequenties, toegang tot satellieten en andere distributiekanalen. De vrijheid die shocklogs in een dergelijk historisch perspectief genieten is ongeëvenaard. Maar zoals Baudrillard opmerkt: “De waarden die wij erop nahouden zijn allemaal gesimuleerd. Wat is vrijheid? Dat we de keuze hebben om die ene auto te kopen of die andere????15 In navolging van Baudrillard kunnen we stellen dat blogs een geschenk aan de mensheid zijn die niemand nodig heeft. Dat is pas schokkend. Heeft er iemand opdracht gegeven om blogs te ontwikkelen? Het is onmogelijk blogs domweg te negeren en het comfortabele leven te leiden van een 'publieke intellectueel' uit de twintigste eeuw. Net als Michel Houellebecq zitten bloggers gevangen in hun eigen innerlijke tegenstrijdigheden in het Land zonder Keuze. De London Times schreef dat Houellebecq “schrijft vanuit een innerlijke vervreemding. De mannen in zijn boeken zijn gewond, miskend door hun ouders en houden zich vervolgens staande door zich liefdevolle relaties te ontzeggen; ze projecteren hun kilheid en eenzaamheid op de wereld.???16 Blogs zijn daarvoor een ideaal projectieterrein.
Kosmos van micro-meningen
In de wereld na het deconstructivisme waarin we momenteel werken, leveren blogs een eindeloze stroom confessies, een kosmos van micro-meningen waarin naar een verklaring van gebeurtenissen wordt gezocht, zonder terug te vallen op de welbekende categorieën uit de twintigste eeuw. In reactie op de steeds grotere complexiteit binnen gerelateerde onderwerpen komt daarbij een zeker nihilisme bovendrijven. Er valt weinig meer te zeggen als alles wat er gebeurt kan worden verklaard door de politiek-correcte lens van het post-kolonialisme, klasse-analyse, milieudenken en gendertheorie. Bloggen komt voort uit een verweer tegen dit soort 'correcte' analyses waarin veel niet meer gezegd kan worden. Zoals al vaak is opgemerkt, stellen blogs zich teweer tegen het nihilistische gemanipuleer door de wereldomspannende nieuwsnetwerken, maar dat is niet het hele verhaal.
In blogs wordt uiting gegeven aan persoonlijke angsten, onzekerheden en desillusies, in een zoektocht naar medestanders. We treffen er zelden passie aan (tenzij voor het bloggen zelf). Vaak laten blogs twijfel en onzekerheid zien over wat men zou moeten voelen, denken, geloven, leuk vinden. In persoonlijke ontboezemingen worden uitgebreid tijdschriften met elkaar vergeleken en verkeersborden, nachtclubs en T-shirts besproken. Deze gestileerde onzekerheid cirkelt rond het wijdverbreide idee dat blogs biografisch moeten zijn en tegelijkertijd iets melden over de wereld om ons heen. De emotionele reikwijdte is vele malen groter dan die van andere media vanwege de informele sfeer van blogs. De vermenging van privé en openbaar is daarbij cruciaal. Blogs bedienen zich van een scala aan emoties: variërend van haat tot verveling, gepassioneerde betrokkenheid, seksuele verontwaardiging en weer terug naar de alledaagse verveling.
Blogs bezien en documenteren de afnemende macht van de gevestigde media, maar hebben de ideologie van die laatste welbewust niet vervangen door een alternatief. Gebruikers zijn de top-down communicatie beu, maar kunnen nergens anders heen. “Er is geen andere wereld??? viel te lezen als reactie op de anti-globalisering leus “Er is een andere wereld mogelijk???. Maar nog afgezien van het feit óf er een alternatief is, zweven er talloze verhalen, observaties, beelden, opmerkingen en notities rond die op zoek zijn naar zo'n tien of meer lezers. Gevangen in de dagelijkse sleur van het bloggen, leeft ergens het idee dat het Netwerk het alternatief ís. Het is niet terecht om blogs puur en alleen op hun inhoud te beoordelen. De mediatheorie heeft dat nooit gedaan, en zou daar ook in dit geval van af moeten zien. Bloggen is een nihilistische onderneming, juist omdat er kritiek is en vragen worden gesteld over wie de massamedia in handen hebben – zonder met een antwoord te komen voor de dreigende crisis. Bloggen volgt de strategie van het laten doodbloeden (actiones in distans). Implosie is in deze niet het goede woord. Implosie impliceert een tragedie, een spektakel, en dat is hier niet aan de hand. Bloggen is het tegenovergestelde van spektakel. Het is plat (en toch betekenisvol). Bloggen is niet de digitale kloon van de 'ingezonden brief'. Een blogger klaagt en beargumenteert niet, maar gunt zichzelf het perverse genoegen de media te observeren.
Het becommentariëren van de gevestigde cultuur met al haar normen en producten, dient te worden gezien als een vorm van publiekelijk afhaken. De ogen die eens geduldig alle verslagen en advertenties bekeken, zijn in staking gegaan. Volgens de utopische blogfilosofie zijn de massamedia ten dode opgeschreven. Hun rol zal worden overgenomen door de 'participatiemedia'. De eindconclusie is getrokken en luidt: gesloten top-down organisaties functioneren niet meer, kennis kan niet worden 'beheerd', werk wordt tegenwoordig gekenmerkt door samenwerking en netwerken. Maar ondanks de voortdurende waarschuwingssignalen blijft het systeem gewoon door (dis)functioneren. Zijn de dagen van de top-down benadering werkelijk geteld? Vanwaar die Hegeliaanse zekerheid dat het paradigma van de oude media omvergeworpen zal worden? Er is weinig bewijs voor. En het is deze toestand die maar blijft voortduren die leidt tot nihilisme, en niet tot revoluties.
Vanuit de wereld van de geïnstitutionaliseerde betekenisstructuren bezien, staan blogs voor verval. Iedere nieuwe blog zou bijdragen aan de ondergang van het mediasysteem dat eens de twintigste eeuw domineerde. We kunnen de vermeende invloed van blogs niet afdoen met de opmerking dat ze maar een 'secundair' publiek domein zijn. Wat blogs, wiki's en sociale netwerk-sites aan de kaak stellen is de hegemonie. Is die hegemonie eenmaal ondermijnd, dan kan deze niet zomaar weer worden opgebouwd en zal de macht meer en meer zijn spierballen moeten laten zien. De gevestigde media verliezen hun vanzelfsprekendheid. Dat is niet een proces waarin opeens een explosie zal plaatsvinden. Het afbrokkelen van de massamedia valt niet direct af te lezen aan afnemende verkoopcijfers en slinkende aantallen krantenlezers. In vele delen van de wereld wint de televisie nog altijd aan kijkers. Wat afneemt is het Geloof in de Boodschap. Dat is het nihilistische moment, en blogs faciliteren deze cultuur als geen ander platvorm daarvoor ooit gedaan heeft. En terwijl blogs door de positivisten worden aangeprezen als mediacommentaar van de burger, helpen blogs de gebruikers bij hun oversteek van de Waarheid naar het Niets.
Bloggers zijn nihilisten omdat ze 'nergens goed voor zijn'. Ze sturen hun berichten naar Nirvana en hebben van hun futiliteit een productieve kracht gemaakt. Zij zijn de niksers die staan te juichen bij de dood van de gecentraliseerde betekenisstructuren en zich niets aantrekken van de beschuldiging dat ze alleen ruis produceren. Zij zijn de desillusionisten wier gedrag en meningen als waardeloos worden bestempeld.17 De gedrukte en over de ether verstuurde boodschap heeft haar aura verloren. Het nieuws wordt geconsumeerd als een product met amusementswaarde. In plaats van de ideologische gekleurdheid van het nieuws te betreuren, zoals voorgaande generaties dat deden, bloggen wij nu als teken van de heroverde macht van de geest. Als een micro-heroïsche Nietzschiaanse daad van de huis-tuin-en-keuken bloggers, groeit het bloggen uit een nihilisme van de kracht, niet uit de zwakte van het pessimisme. In plaats van telkens weer in blog-bijdragen een vorm van zelfpromotie te zien, zouden we ze moeten beschouwen als decadente artefacten die morrelen aan de veelvermogende en verleidelijke macht van de zendmedia.
Noten
1. Geert Lovink, Zero Comments: Blogging and Critical Internet Culture (New York: Routledge, augustus 2007).
2. Zie Rebecca Blood's geschiedenis van de blogs, geschreven in september 2000: www.rebeccablood.net/essays/weblog_history.html
3. Zie www.marketingterms.com/dictionary/blog/
4. Uit Wikipedia's definitie van blog (gelezen op 21 december 2005).
5. Jean Baudrillard, The Intelligence of Evil or the Lucidity Pact (Oxford/New York: Berg Publishers, 2005), p. 25.
6. Pew/Internet, ‘Bloggers: A portrait of the Internet's new storytellers’, geplaatst op 19 juli 2006. URL: www.pewinternet.org/PPF/r/186/report_display.asp.
7. Ed Phillips uit San Francisco meldt dat: “testeenheden inmiddels de rigueur * geworden in de software-wereld, en net zo min als je je een ambitieuze ontwikkeling in software kunt voorstellen zonder testeenheden, kun je tegenwoordig nog de grote media zonder de blogosfeer voorstellen.??? (e-mail, 27 maart 2006).
8. Geert Lovink, ‘Interview with Cecile Landman’, 17 januari, 2006, URL: www.networkcultures.org/weblog/archives/2006/01/support_iraqi_b.html.
9. Nick Gall: “Veel media zien blogs als een nieuwe vorm van uitgeven, maar in werkelijkheid is het een nieuwe gespreksvorm en een nieuwe gemeenschapsvorm," in: David Kline & Dan Burstein, blog! (New York: CDS Books, 2005), p. 150.
10. Bron: Telepolis, 27 december 2005. Wolf?Dieter Roth, ‘Mein blog liest ja sowieso kein Schwein’, URL: www.heise.de/tp/r4/artikel/21/21643/1.html.
11. Glenn Reynolds, An Army of Davids. How Markets and Technology Empower Ordinary People to Beat Big Media, Big Government, and Other Goliaths (Nashville: Nelson Current, 2006).
12. Deze bijdrage aan Wikipedia is niet meer toegankelijk, maar de oorspronkelijke tekst is gekopieerd en op verschillende websites geplaatst en kan ook teruggevonden worden in het webarchief van de nettime?l lijst. Begin 2007 waren er enkele discussies en berichten op nettime over 'shocklogs', zie bijvoorbeeld 17 en 22 januari, 2, 8 en 9 februari en 10 maart 2007.
13. Uit het Foucault Dictionary Project: users.california.com/~rathbone/foucau10.htm
14. www.cynical?c.com/
15. Interview met Jean Baudrillard door Deborah Solomon, in: New York Times Magazine, 20 november 2005, geciteerd door by Maya Jaggi in The Guardian, 5 november 2005, URL:
books.guardian.co.uk/departments/generalfiction/story/0,,1627808,00.html.
16. Douglas Kennedy, geciteerd door Maya Jaggi in The Guardian, 5 november, 2005, URL:
books.guardian.co.uk/departments/generalfiction/story/0,,1627808,00.html.
17. Justin Cremers, The Romanticism of Contemporary Theory (Ashgate: Hants, 2003) p. 77.
Stichting Kunst en Openbare Ruimte