Sven Lütticken, Over het tentoonstellen van cultuswaarde. Sacrale plekken als openbare ruimte en vice versa

open14nl.jpg

In de zomer van 2007 verschenen in de Duitse media tal van artikelen over het nieuwe raam van Gerhard Richter voor de Dom van Keulen, en nog meer over de controversiële uitspraken over het raam door de Keulse kardinaal Meisner. Na vruchteloze experimenten met figuratieve motieven had Richter besloten terug te keren tot het principe van eerdere werken van zijn hand, bestaande uit rasters van rechthoeken of vierkanten in uiteenlopende kleuren. Dit type werk is één van de strategieën die Richter heeft ontwikkeld in antwoord op wat hij zelf omschrijft als het gebrek aan overtuigende vormen in de moderne tijd. Na de teloorgang van het 'tijdperk der koningen' waarin de samenleving volgens door God gegeven regels hiërarchisch was geordend, werd kunst letterlijk informeel, vormloos; de vermeende absolute aard van de rechthoeken en rasters van de modernisten is even arbitrair als het toeval dat de dadaïsten en Fluxus-kunstenaars een rol in hun werk lieten spelen.1 In werken als 4096 Farben (1974) laat Richter de wetten van het toeval los op het rigide raster: de 4096 unieke tonen zijn willekeurig over de structuur verspreid. Richter gebruikte deze methode ook voor de Dom, tot afschuw van de kardinaal. Hierbij zijn gekleurde rechthoekige glasplaatjes in een grid geplaatst, en worden bijeengehouden door silicone.

Built by Mediamatic  
Content Management (cms) anyMeta  
Design by Mannschaft