Jorinde Seijdel, Redactioneel
Voorbij privacy
Nieuwe opvattingen over het private en publieke domein
Privacy is een recht dat de persoonlijke levenssfeer beschermt, dat niet alleen juridisch is vastgelegd, maar ook een politieke en sociale betekenis heeft. Het kan door individuen en groepen verschillend worden ervaren en nageleefd, afhankelijk van hun positie in de samenleving en de verlangens en belangen die daarmee gepaard gaan.
In Open 19 wordt het concept privacy vanuit verschillende perspectieven, met name juridische, sociologische, mediatheoretische en activistische, getoetst en heroverwogen. Niet zozeer het betreuren van het verlies van privacy staat centraal als wel de poging om vanuit de huidige situatie van ‘postprivacy’ zicht te krijgen op wat er gloort aan nieuwe subjectiviteiten en machtsconstructies.
Met bijdragen van Daniel Solove, Maurizio Lazzarato, Rudi Laermans, Armin Medosch, Felix Stalder, Joris van Hoboken, Oliver Leistert, Martijn de Waal, Rob van Kranenburg, Mark Shepard en Matthijs Bouw en fotograaf Gio Sumbadze.
Privacy is een afweerrecht dat de persoonlijke levenssfeer beschermt. Het ‘recht om met rust te worden gelaten’ is echter niet louter een juridische, maar ook een politieke en sociale constructie. Het gaat dus om een concept dat, hoewel wettelijk vastgelegd, door individuen en groepen verschillend kan worden ervaren en nageleefd, afhankelijk van hun positie in de samenleving en de verlangens en belangen die daarmee gepaard gaan. Zo kan privacy nu bijvoorbeeld een urgent onderwerp zijn voor burgerrechtenbewegingen, terwijl burgers zich er schijnbaar minder druk om maken. En zo kunnen er steeds meer overheidsmaatregelen worden genomen en nieuwe technologieën worden toegepast die conflicteren met het recht op privacy, maar waarvan relatief onbekommerd gebruik wordt gemaakt of waaraan een nagenoeg geruisloze onderwerping plaatsvindt.
Of het nu een bedreigd grondrecht is, een verouderd verlichtingsconcept, een verloren zaak of een obsessie van activisten, de traditionele notie van privacy is in de huidige veiligheids- en informatiesamenlevingen grotendeels uitgehold. Dit komt zeker door een preventieve politiek die uit is op controle van het doen en laten van burgers, en een commerciële sector die, offline en online, met zijn slimme registratieapparatuur steeds meer grip probeert te krijgen op de individuele verlangens en consumptiepatronen van klanten. Maar er is meer aan de hand: mensen hebben er steeds minder moeite mee persoonlijke gegevens in de media en op internet vrijwillig bloot te geven. Privacybescherming lijkt ondergeschikt aan de drang van mensen zichzelf in het sociale verkeer publiekelijk te manifesteren. In de geglobaliseerde netwerkculturen tellen zichtbaarheid, transparantie, bereikbaarheid en connectiviteit. Deze waarden staan haaks op het idee van privacy als ‘afgezonderd van de rest’. Impliceert dit dat in toenemende mate ‘iedereen toebehoort aan alle anderen’, zoals in Huxley’s dystopische Brave New World (1932)? Of beleven we, zoveel jaar na The Fall of Public Man (Richard Sennett, 1974) ‘the fall of private man’ – waaruit we dan zouden kunnen opmaken dat de tegenstelling publiek-privé als betekenisgever is uitgewerkt? Dienen zich alternatieve subjectiviteiten en rechten aan die in de eenentwintigste eeuw belangrijker worden geacht? Worden er nieuwe strategieën en tactieken ingezet om de persoonlijke autonomie te bewaken en te ontsnappen aan vormen van institutionele biomacht?
In Open 19 wordt het concept privacy vanuit verschillende perspectieven, met name juridische, sociologische, mediatheoretische en activistische, getoetst en heroverwogen. Niet zozeer het betreuren van het verlies van privacy staat centraal als wel de poging om vanuit de huidige situatie van ‘postprivacy’ zicht te krijgen op wat er gloort aan nieuwe subjectiviteiten en machtsconstructies. Natuurlijk kan dat niet onderzocht worden zonder aandacht te schenken aan de socio-politieke en technologische privacyschendingen van dit moment.
Daniel Solove, jurist, stelt voor privacy te beschouwen als een pluralistisch begrip met een maatschappelijk belang. Een theorie over privacy zou zich moeten richten op díe problemen die een behoefte aan privacy creëren, aldus Solove. Maurizio Lazzarato analyseert aan de hand van Foucaults concept van de ‘pastorale macht’, hoe machtstechnieken door de staat worden gebruikt bij het besturen van gebruikers van sociale voorzieningen, en hoe daarbij wordt ingegrepen in het leven van het individu. Socioloog Rudi Laermans gaat in op de implicaties van het ideaal van transparante communicatie voor het geheim en de privaatheid van het individu.
Op zoek naar effectieve strategieën tegen het bewakingsregime, ontwikkelt Armin Medosch, mediakunstenaar en onderzoeker, een model waarin hij de historische functie van privacy in een vrije democratie koppelt aan de algehele techno-politieke dynamiek. Felix Stalder gaat in op de situatie van ‘postprivacy’, waarin er een verandering optreedt in de manier waarop mensen autonomie tot stand brengen, en hoe er, door instituties en bedrijven, controle op hen wordt uitgeoefend.
In de column stelt Joris van Hoboken, bestuurslid van Bits of Freedom, provocerend: ‘Privacy is dead. Get over it.’ Oliver Leistert bekritiseert vanuit een postfordistisch kader de Duitse protestbeweging AK-Vorrat, die vanuit een liberaal-democratische traditie gericht is op vragen rond dataretentie en privacy. Martijn de Waal beschouwt de concrete mogelijkheden voor civil society-projecten van locatiedata van mobiele telefoonnetwerken en de vragen over privacy die dit oproept. Rob van Kranenburg pleit ervoor om, in het licht van huidige computerparadigma’s als Internet der Dingen, concepten van privacy van onderaf operationeel te maken in de infrastructuur van de technologieën en netwerken, die ons met elkaar en onze omgeving verbinden.
Mark Shepard maakte een bijdrage over ‘The Sentient City Survival Kit’, zijn onderzoeksproject op het gebied van vormgeving, waarin speelse en ironische techno-sociale artefacten worden voorgesteld, die de gevolgen onderzoeken voor de privacy en autonomie van de observerende, steeds efficiëntere en overmatig gecodeerde stad. Matthijs Bouw, architect en directeur van One Architecture, gaat in op privatisering en privacy in de context van het internetplatform New Map of Tbilisi. Met foto’s van Gio Sumbadze en Lucas Zoutendijk wordt getoond hoe het ‘wilde kapitalisme’ van het nieuwe Georgië in Tbilisi leidt tot reductie van privacy.

Stichting Kunst en Openbare Ruimte