Joris van Hoboken, Het belang van privacy. Verwarring over het burgerrecht van de 21ste eeuw
Voorbij privacy
Nieuwe opvattingen over het private en publieke domein
Privacy is een recht dat de persoonlijke levenssfeer beschermt, dat niet alleen juridisch is vastgelegd, maar ook een politieke en sociale betekenis heeft. Het kan door individuen en groepen verschillend worden ervaren en nageleefd, afhankelijk van hun positie in de samenleving en de verlangens en belangen die daarmee gepaard gaan.
In Open 19 wordt het concept privacy vanuit verschillende perspectieven, met name juridische, sociologische, mediatheoretische en activistische, getoetst en heroverwogen. Niet zozeer het betreuren van het verlies van privacy staat centraal als wel de poging om vanuit de huidige situatie van ‘postprivacy’ zicht te krijgen op wat er gloort aan nieuwe subjectiviteiten en machtsconstructies.
Met bijdragen van Daniel Solove, Maurizio Lazzarato, Rudi Laermans, Armin Medosch, Felix Stalder, Joris van Hoboken, Oliver Leistert, Martijn de Waal, Rob van Kranenburg, Mark Shepard en Matthijs Bouw en fotograaf Gio Sumbadze.
‘Privacy is dead. Get over it.’1
Een van de interessantste aspecten van ‘privacy’ is dat het volop in de aandacht is blijven staan, terwijl het al meerdere malen dood is verklaard. Het debat over de verzamelzucht van persoonlijke gegevens door de overheid en het bedrijfsleven, en de introductie van steeds weer nieuwe technologie, kan zich ook in Nederland in een brede publieke belangstelling verheugen. Jammer genoeg is het niet steeds duidelijk waar het in dat debat nu eigenlijk om gaat. Er bestaat namelijk veel verwarring over wat privacy eigenlijk betekent. Die verwarring zorgt er soms voor dat we vergeten wat privacy als ideaal te bieden heeft, ook, en misschien juist voor de mens in de 21ste eeuw.
In de wetenschap is men het er wel over eens dat het een onbegonnen zaak is om privacy eenduidig te definiëren. Privacy, zo is de conclusie, kan beter gezien worden als een lappendeken van gerelateerde waarden in verschillende contexten.2 Zo beschermt privacy de lichamelijke integriteit, de controle over persoonsgegevens, het huisrecht, en de vertrouwelijkheid van communicatie. Deze waarden kunnen op hun beurt worden gebaseerd op de fundamentele waarde van de autonomie van het individu, in persoonlijk, intellectueel, sociaal en maatschappelijk verband.
Natuurlijk is het voor de bescherming van privacy ook belangrijk hoe privacy door het grote publiek begrepen wordt. Het huidige publieke debat richt zich met name op het begrip ‘informationele’ privacy. De aandacht gaat uit naar eenieders recht op controle over informatie die op hem of haar betrekking heeft. Het valt dan op dat privacy meestal wordt gebruikt voor de mate waarin informatie prijsgegeven wordt aan anderen, in plaats van de mate van controle over het delen en gebruik van deze informatie. Privacy staat in het publieke debat voor privé en vertrouwelijkheid. Privacy waarderen gaat samen met het ondernemen van actieve pogingen om gegevens over jezelf verborgen te houden.
Als privacy op die manier begrepen wordt is het niet gek dat het vele malen dood verklaard is. De hoeveelheid gegevens die aan anderen wordt prijsgegeven is ten gevolge van technologie, nieuwe media, en veranderde maatschappelijke opvattingen sterk toegenomen. Informatietechnologie maakt gegevens registreerbaar, beheersbaar en benutbaar op ongekende schaal. De laagdrempeligheid van nieuwe media maakt van elke Nederlander een potentiële BN-er. En het is gelukkig niet vanzelfsprekend meer dat mensen bepaalde aspecten van hun persoonlijke identiteit, zoals een niet-heteroseksuele geaardheid, op grond van een maatschappelijk taboe geheim houden.
Het begrijpen van privacy als de mate waarin informatie over jezelf prijsgegeven wordt aan anderen leidt niet alleen tot het verwijzen van privacy naar de prullenmand als het ideeën betreft waarvan de houdbaarheid is verstreken. Het leidt ook tot een subjectivering van het belang dat aan privacy wordt toegekend. In een niet aflatende stroom onderzoeken en bijdragen in de media wordt het belang van privacy beantwoord door de vraag in hoeverre mensen ‘hun’ privacy nog wel waarderen. Internet en sociale netwerken zijn bij uitstek geschikt om deze vraag negatief te beantwoorden. Het massale gebruik van sociale netwerken als Hyves en Facebook is immers op zichzelf al voldoende om te concluderen dat privacy aan belang heeft ingeboet, zo is de redenatie. Zo werd de ‘big brother award’ die Bits of Freedom in 2007 uitreikte aan de Nederlandse burger door veel mensen begrepen als een vingerwijzing voor het gebruik van sociale netwerken.3 Een oproep tot het op waarde schatten van privacy als vrijheidsrecht en maatschappelijke waarde werd zo gereduceerd tot een oproep tot vertrouwelijkheid.
Maar het belang van privacy kan niet beantwoord worden met de vraag hoe mensen gebruik maken van ‘hun’ recht op privacy. Privacy geeft juist het recht om zelf te beslissen welke gegevens prijsgegeven worden en welke niet. Het garandeert ook de zorgvuldige behandeling en medezeggenschap over deze gegevens nadat deze zijn afgestaan aan anderen. En privacy als burgerrecht biedt mensen in beginsel de vrijheid deze keuzes te maken zonder dat de dominante maatschappelijke opvatting over een juist gebruik van deze vrijheid de doorslag kunnen geven. Privacy is zelfs een fundamentele voorwaarde voor maatschappelijke diversiteit. Het biedt mensen de vrijheid anders te zijn, te denken, en te doen zonder bang te hoeven zijn dat dit negatieve consequenties heeft voor hun maatschappelijke, sociale of economische positie. De luxe van het gevoel ‘niets te verbergen’ te hebben is niet meer dan dat, een luxe. Die betrekkelijke luxe doet niets af aan de mogelijke kwetsbaarheid van anderen, die het beschermen waard is.
Het is goed mogelijk dat een gebrekkige bescherming van privacy heeft geleid tot een laconieke houding ten aanzien van dat recht. Het Nederlandse onderzoek ‘niets te verbergen en toch bang’ wijst op een algemeen gevoel van gelatenheid van de Nederlandse bevolking ten aanzien van de verwerking van hun gegevens.4 Gezien de waarde die persoonsgegevens de afgelopen decennia hebben gekregen voor het bedrijfsleven en de overheid, kan dit moeilijk anders opgevat worden dan als een aanwijzing dat het huidige recht op ‘informationele’ privacy burgers blijkbaar te weinig te bieden heeft.
Privacy als burgerrecht en maatschappelijk ideaal is echter relevanter dan ooit. De uitdaging bestaat eruit de bescherming effectief te maken. Het prijsgeven en delen van informatie is een voorwaarde voor maatschappelijke participatie in de sterk geïndividualiseerde informatiemaatschappij van de 21ste eeuw. Informatietechnologie stelt de overheid en bedrijven in staat om burgers en consumenten te profileren en strategische beslissingen op geïndividualiseerd niveau te maken. Privacy kan onze zeggenschap over de wijze waarop deze processen worden ingericht blijven garanderen, bijvoorbeeld door het recht op toegang tot onze gegevens en het recht op informatie over het gebruik van deze gegevens verder aan te scherpen. Dit kan ervoor zorgen dat de mens centraal blijft staan in een samenleving die van databases aan elkaar hangt.
1. Zie bijvoorbeeld: Pete Cashmore, ‘Privacy is dead, and social media hold smoking gun.’ CNN.com, 28 oktober 2009, edition.cnn.com/2009/OPINION/10/28/cashmore.online.privacy/index.html.
2. Voor deze conclusie en een goed overzicht van de discussie, zie: Daniel J. Solove, Understanding Privacy (Cambridge/Mass.: Harvard University Press, 2008).
3. Zie: ‘Winner Dutch Big Brother Awards 2007: “You”’, 26 september 2009, Bits of Freedom, www.bigbrotherawards.nl/index_uk.html
4. Zie: Regioplan, ‘Niets te verbergen en toch bang. Nederlandse burgers over het gebruik van hun gegevens in de glazen samenleving’. Eindrapport, januari 2009, Amsterdam, www.cbpweb.nl/downloads_rapporten/rap_2009_niets_te_verbergen_en_toch_bang.pdf.

Stichting Kunst en Openbare Ruimte