Sasha Brodsky
Eind 1996 werden Paul Vendel en Sacha Brodsky geselecteerd om een werk te maken voor het Verpleeghuis Rijkckehove in Capelle aan de IJssel. Het buitenwerk van Paul Vendel zinspeelde op het hygiënisch ritueel binnen, terwijl de bijdrage van Brodsky het geheugen en de herinnering tot onderwerp heeft. Omdat het werk van Vendel buiten het thema valt van nummer 3 van Open wordt hier verder niet op ingegaan.
Brodsky was samen met zijn vroegere compagnon Ilya Utkin als vertegenwoordigers van de zogenaamde Paper Architects in 1987 uitgenodigd door de Stichting Fort Asperen om deel te nemen aan de manifestatie ‘Architectuur en Verbeelding’, een verkenning naar de grensgebieden tussen kunst en architectuur. De Paper Architects was een stroming in de voormalige Sovjet Unie bestaande uit merendeels jonge architecten die bij gebrek aan inspirerende opdrachten hun fantasieën op papier stelden. Zij hadden bijna zonder uitzondering hun opleiding genoten aan de Bouwkunst Academie te Moskou die nog grotendeels gebaseerd was op de traditie van de in de achttiende eeuw opgerichte Ecole des Beaux Arts te Parijs. Deze Academie was nauw verwant aan de ouderwetse opleiding tot kunstenaar of architect met alle daarbij behorende trainingen in vakbekwaamheden zoals tekenen en etsen. Op een enkele uitzondering na bedreven zij geen rechtstreekse kritiek op het toenmalige regime, maar indirect gebeurde dat wel degelijk. De goed leesbare tekeningen gaan meestal over de lotgevallen van het individu geplaatst in een architecturale context die soms symbool stond voor ‘het systeem’. Op een humoristische en vaak karikaturale wijze tonen de tekeningen mededogen dan wel respect voor het geploeter van het individu, dat soms verbaasd aanschouwt wat hem overkomt en dat niet de indruk wekt daar wat aan te kunnen doen. Karakteristiek in het werk is de bijna gelaten acceptatie van het leven dat alsmaar verder gaat, zonder begin of einde, waar de grens tussen verleden, heden en toekomst voortdurend vervaagt en
waarin de tijd verzinkt in een afgrond van vergeetachtigheid. Het werk dat Brodsky en Utkin maakten voor de tentoonstelling ‘Architectuur en Verbeelding’ in Fort Asperen was een grote tafel in gips, symbool voor sociale interactie op beperkte schaal, met objecten die refereren aan architectuur en vooral aan vriendschap. Een daarvan is de drankfles, een veel voorkomend motief, zeker bij Russen, om de vriendschappelijke betrekkingen met drank te bekrachtigen.
Het werk voor het verpleeghuis Rijckehove is getiteld «Grey Matter». Het is een verzameling objecten, die verspreid is over drie vitrines. Deze vitrines staan in de centrale hal, waar het personeel de maaltijden gebruikt en waar de bewoners verpozen en bezoek ontvangen. De honderden objecten van ongebakken lichtgrijze klei zijn door Brodsky, geassisteerd door zijn vrouw Masha, eigenhandig vervaardigd in het Europees Keramisch Werkcentrum in ‘s-Hertogenbosch. De objecten zijn afkomstig uit de twintigste eeuw en vormen bij elkaar een merkwaardige verzameling, die een mensenleven, gevangen in objecten, representeert. Ze herinneren aan iedere fase uit zijn leven; ze zijn geen kopieën van de werkelijkheid, maar zijn ontstaan vanuit de herinnering. De tijd is een beetje door elkaar gehusseld, zo wordt het afgietsel van een telefoon met draaischijf even verderop vergezeld van een mobieltje. Van sommige objecten zal de hedendaagse toeschouwer naar de betekenis moeten gissen, zoals de inktdroger of de groep hagedissen.
Het kunstproject doet een beroep op het geheugen, herinnert aan momenten van liefde, geluk en misschien droefenis. Dat is voor iedere beschouwer anders, zoals in het geval van die inmiddels hoog bejaarde dame, die bij het zien van een model typemachine uit de jaren dertig fantastische verhalen begon te vertellen over haar ondeugende leven als typiste.

foto: Gert Jan van Rooij
Stichting Kunst en Openbare Ruimte













